De Exota-knal
Toen ik een jaar of acht was, haalde ik bij Melkboer Slot een fles Exota. Tijdens het korte stukje terug naar huis ontplofte de fles plotseling in mijn hand. Een glasscherf boorde zich in mijn pols, vlak naast een slagader. Een buurvrouw bracht me naar mijn moeder en niet veel later zat ik in het academisch ziekenhuis, waar het glas werd verwijderd. Ik hield er een litteken aan over en verrassend genoeg bleven we gewoon Exota drinken.
Denk vooruit
Toen ik de folder over noodsituaties ontving, ging ik wandelen in de miezerregen, om mijn gedachten te ordenen. Ik vroeg me af of het nu om geruststelling ging of juist om onrust. Uiteindelijk leerde de dag me dat Rolde nuchter blijft, ook als Den Haag dat niet is.
Franse appeltaart met een roomkaaslaagje
Deze appel-walnotentaart voelt als een warm herfstcadeau voor je huis. Terwijl je het eenvoudige beslag maakt van boter, suiker, specerijen, appels en noten, vult de keuken zich met rustige, vertrouwde geuren. In de oven verandert het mengsel in een goudbruine, troostende taart die het beste tot zijn recht komt met een zachte roomkaasglazuur. Het is een baksel dat niet alleen lekker is, maar je hele dag een vriendelijker tempo geeft.
Quand On N’a Que L’amour
Na een avond in De Tamboer bleef ik nog even in de regen staan, terwijl de Nederlandse vertolkingen van Brel in mij naklonken. De glimmende straten en het zachte licht riepen herinneringen op aan thuis en aan momenten waarop liefde het enige leek dat telde. In de auto, met beslagen ruiten en de kachel die aansloeg, voelde ik opnieuw hoe juist het gewone — een blik, een hand, een thuiskomst — soms verrassend veel betekent.
De ontsnapping
In Deventer, 1960, zat ik als jongetje in een houten box in oma’s tuin. Voor de groten was dat ‘veilig’; voor mij een gevangenis. Met “DA!” onderhandelde ik om koekjes, maar ik droomde van ontsnappen. Ik stapelde een blokkendoos, rammelaar en versleten eend, klom over de rand en landde op een stuk speculaas. Moeder zei niets en zette me terug. Die drie minuten vrijheid leerden me: omheiningen hebben een rand van licht voor wie durft.
Een foto van mijn vader
Een foto uit circa 1950 toont Jampie bij de benzinepomp van Kamps in Rolde: één broekspijp vastgesnoerd, de andere los. De straat ademt naoorlogse kalmte; meisjes passeren, mevrouw Kamps kijkt toe. In zijn houding schuilt vertrekdrift, het terugkijken dat omwegen tekent. De pomp glanst, de ketting zal zingen. De foto vangt beweging en herinnering: half jongen, half gerucht. Hij rijdt de molen voorbij, keert bij regen terug, en kijkt nog één keer om naar ons.
Wolfstraat 21
Wolfstraat 21 leeft in mijn herinnering als een te klein huis vol stemmen, stilte en gebaren. Rond de tafel, waar mijn stiefvader het brood verdeelde als een landkaart, leerde ik tellen met stoelen en borden. Moeder zat bij de kachel, de avonden gloeiden van gelig licht en ingehouden werelden. Boven sliep ik met Pietje, mijn zusjes fluisterden geheimen. Het huis was een doolhof van geluiden en dromen, een weefsel dat mij nog altijd draagt.
Niet te hard, niet te zacht
Na een eerste nacht samen belandt hij aan haar keukentafel, waar een zachtgekookt ei het begin vormt van een zintuiglijk, licht erotisch spel. Terwijl hij denkt haar te begrijpen, blijkt zij de regie te houden — subtiel, speels en precies. Het ei glijdt over zijn huid, spanning bouwt zich op, tot het onverwacht breekt. Wat een intiem moment leek, eindigt in gelach en verleiding. Niet te hard, niet te zacht is een verhaal vol aanraking, timing en temperament.
Hoe het allemaal begon
Op een ijskoude winterdag bezocht ik samen met Joyce de ruïnes van de abdij van Villers. Terwijl zij zich verdiepte in de waterwerken, liet ik me meevoeren door de kou, de stilte en de echo’s van een vergeten verleden. In de schaduw van de oude muren drong zich een verhaal aan me op – over geloof, macht en een vrouw die in mijn dromen verscheen. Wat als zij er altijd al was, wachtend op mijn pen?
Drieluik – Zelfportret
Ik bewaar drie dingen: een weckpot met mijn melktanden, een lintje voor stilte, en een sleutel aan een veter om mijn hals. Elk draagt herinneringen – aan mijn moeder, mijn andere ik die sprong, en mijn vader die verdween. In de kelder staat een kist die ik zelf maakte, met een stem die mijn naam kent. Wat ik bewaar, is vreemd, soms pijnlijk, maar het is van mij. Want wat overblijft, is vaak kleiner dan je dacht.
De soundtrack van een kom water
Op Vaderdag hielp ik mijn dochter Evy met haar studieproject: zelf geluidseffecten maken voor een game-animatie. Geen kant-en-klare audio, maar klotsen met een kom water, kraken met stoelen en grommen in de microfoon. Zij regisseerde, ik improviseerde. Wat begon als ‘een beetje helpen’ werd een ochtend vol creatief geknoei en onverwacht plezier. En ergens halverwege besefte ik: dit ging niet over geluid, maar over samen iets maken. Mijn Vaderdag kon niet mooier zijn.
Warhoofd op maandag
In de supermarkt valt een warhoofdige man op door zijn vreemde boodschappen, een koffievlek in de vorm van de provincie Brabant en zijn verwarde gedrag bij de kassa. Hij raakt afgeleid, twijfelt over de dag van de week, vergeet bijna te betalen en laat uiteindelijk zijn notitieboekje achter. Ikzelf raap het op en lees één raadselachtige zin. Wat begint als een alledaags tafereel, verandert in een subtiel portret van verwarring, warmte en vergankelijkheid.