Franse appeltaart met een roomkaaslaagje

Franse appeltaart met een roomkaaslaagje

552 woorden, 3 minuten leestijd

Een herfsttaart die je huis zachter maakt

Er zijn van die recepten die niet alleen smaken naar herfst, maar er ook uitzien alsof ze zo uit een zacht verlicht keukentje komen waar de tijd net iets langzamer loopt. Dit appel-walnotentaartje is er zo een. Het is geen ingewikkelde patisserie, geen gerecht dat knipt en plakt met precisiewerk. Het is een kom, een lepel en een handvol ingrediënten die elkaar vertrouwen. Meer heeft het niet nodig.

Ik begin meestal met de appels. Er gaat iets kalmerends uit van het ritme van snijden. Kleine blokjes, zonder schil, gewoon puur en fris. De geur alleen al zet de toon voor de rest van de middag. Daarna volgt de zachte boter, de suiker en het ei. Ik roer het niet snel, maar rustig, alsof ik de ingrediënten de tijd gun om vrienden te worden.

Wat ik mooi vind aan dit recept is dat alles in een bepaalde volgorde de kom ingaat. Niet om streng te zijn, maar omdat het mengsel zo stap voor stap verandert van losse delen in een dik, kruidig beslag dat bijna iets troostends heeft. De kaneel en nootmuskaat doen het werk dat kruiden in de herfst zo goed kunnen: warmte geven zonder lawaai te maken.

De walnoten maken het geheel iets steviger, iets aardser. En dan komen de appelblokjes. Zoveel dat je bijna denkt dat het niet goedkomt, tot je het mengsel in de vorm giet en ziet dat het precies klopt. In de oven verandert het beslag langzaam in een goudbruine taart die begint te ruiken alsof je huis een paar graden gezelliger is geworden.

Het glazuur maak ik meestal terwijl de taart afkoelt. Roomkaas, boter, vanille en poedersuiker. Simpel, romig, zacht. Het soort topping dat niet probeert te overheersen, maar precies de juiste tegenhanger is voor de warme specerijen in de taart.

Het mooiste moment komt wanneer je het eerste stuk aansnijdt terwijl de taart nog lauwwarm is. De kruimel is stevig maar zacht, de appelblokjes zijn meegegaard tot kleine pockets van zoetigheid en het glazuur smelt net een beetje tegen de warme rand.

Het is een taart die je niet alleen eet, maar ook voelt. Een taart die past bij een middag waarop het licht vroeg zakt en je blij bent dat je binnen bent. Het soort baksel dat je huis verandert in een plek waar je even wil blijven zitten, gewoon omdat het goed voelt.

Ingrediënten beslag

• 55 gram zachte roomboter
• 200 gram kristalsuiker
• 1 ei
• 1 gram zout (ongeveer 1 kwart theelepel)
• 5 gram kaneel
• 5 gram nootmuskaat
• 5 gram bakpoeder
• 200 gram bloem
• 60 gram gehakte walnoten
• 310 gram appelblokjes zonder schil (2 en een halve cup omgerekend)
• 5 milliliter vanille extract
• 30 milliliter heet water

Ingrediënten topping (roomkaasglazuur)

• 85 gram roomkaas, zacht
• 45 gram ongezouten boter, zacht
• 2,5 milliliter vanille extract
• 180 gram gezeefde poedersuiker

Bereiding

  1. Verwarm de oven voor op 175 graden Celsius. Vet een taartvorm van ongeveer 23 centimeter in.
  2. Meng de zachte boter, suiker, het ei, zout, kaneel, nootmuskaat, bakpoeder, bloem, walnoten, appelblokjes, vanille en het hete water in deze volgorde. Het beslag hoort dik te zijn.
  3. Giet het beslag in de vorm.
  4. Bak ongeveer 45 minuten.
  5. Maak ondertussen het glazuur door roomkaas, boter, vanille en poedersuiker te mengen tot een gladde massa.
  6. Serveer de taart warm of lauwwarm met het glazuur.