Denk vooruit

Denk vooruit

De folder in de bus

566 woorden, 3 minuten leestijd

In Rolde hoor je nieuws vaak eerder via de buurvrouw dan via Den Haag. Maar soms doet de overheid een poging om ons rechtstreeks te bereiken. Gistermiddag lag er een folder in de brievenbus, een klein glanzend boekje met tussen de regels door in grote letters: “We kunnen allemaal te maken krijgen met noodsituaties. Het is belangrijk dat we ons goed voorbereiden. Juist nu.”

Ik heb de folder, het boekje, eerst naast de koffiemok gelegd, alsof het reclame voor een nieuwe stofzuiger was. Maar hij bleef kijken.
“Denk vooruit,” stond erop, alsof er boven Rolde een onzichtbare timer liep die ik gemist had.

Ik ging wandelen om de lucht te klaren, richting de es. Het miezerde van dat fijne, dwarrelende regenlicht dat voelt als vitrage tussen jou en de wereld; je wordt er niet echt nat van, maar wel even stiller. Bij de hunebedden stond een man met zijn hond. Hij knikte naar me, zo’n knik die zegt: “Ik heb hem ook gehad, die folder.”

We liepen een stukje samen op. Zijn hond snuffelde aan elke grasspriet, alsof daar de echte uitleg te vinden was.
“Wat vind jij ervan?” vroeg hij.
“Van wat?”
“Van die tekst. Dat ‘denk vooruit’.”
Ik haalde mijn schouders op. “Ik weet niet of ze ons willen voorbereiden of willen laten schrikken.”
“Of beide,” zei hij. “Dat kan ook nog.”

De hond keek ons aan alsof hij wilde zeggen dat hij al jaren voorbereid was. Altijd een plan: eerste vluchtweg links, tweede vluchtweg achter de bramenstruik.

Onderweg dacht ik aan mijn eigen grootouders, vader, ooms en tantes, die hier in Rolde rondliepen toen de wereld nog overzichtelijk leek. Als er toen gevaar was, hoorde je dat via de buurman, die het had gehoord van zijn broer, die het had gehoord van iemand die daadwerkelijk iets wist. Tegen de tijd dat het verhaal bij jou aankwam, was de helft eruit gevallen en de andere helft gekruid met humor.

Nu krijgen we booklets die beginnen alsof de openingszin van een rampenfilm is weggevallen.
“Bereid je voor op een noodsituatie.”
Dat is waar. Maar het staat er alsof de schrijver een halve minuut te vroeg opgestaan is.

Bij de kerk bleef ik even staan. De toren was grijs tegen de lucht, een vorm die al eeuwen rustig op zijn plek staat, ongeacht politieke kleur of nationaal advies. De wereld lijkt soms ingewikkeld, maar hier valt hij altijd weer mee.

Toen ik thuis het kleine boekwerkje nog eens bekeek, dacht ik: het is misschien goed bedoeld. Voorbereid zijn is verstandig. Maar bang gemaakt worden is iets anders. En ergens tussen die twee zit een dun lijntje dat men in Den Haag niet altijd doorheeft, maar wij in Rolde wel.

Joyce kwam thuis van een dagje Utrecht, iets met vakberaad ontgrondingen, en zei: “Wat kijk je moeilijk?”
“De overheid vindt dat we ons moeten voorbereiden.”
“Waarop?”
“Dat zeggen ze niet.”
“Oh. Dan maak ik een lekkere kop koffie, een stukje speculaas erbij?”

En daar zit misschien de kern van het hele verhaal: een dorp dat zich niet laat opjagen door woorden waarvan de bedoeling niet helder is. We houden ons verstand erbij, onze winterjas aan en onze humor binnen handbereik.

Of er nu iets aan komt of niet, Rolde staat niet zo snel op zijn kop.
Daarvoor moet de overheid met iets komen dat sterker is dan een boekje van 32 bladzijden.