Geen priester
De Papeloze Kerk is een hunebed in Drenthe dat volgens de overlevering tijdens de Reformatie werd gebruikt voor geheime protestantse hagepreken. Gelovigen kwamen samen op de hei, zonder katholieke priester, vandaar de naam. Helemaal zeker is het verhaal niet, maar het hunebed blijft een bijzondere plek waar prehistorie en geloofsgeschiedenis samenkomen.
De stank
In 1598 spoelt bij Scheveningen een enorme potvis aan. Het strand loopt vol met vissers, dorpelingen, kinderen, kunstenaars en nieuwsgierige heren. Sommigen zien een goddelijk voorteken, anderen vooral waardevolle olie en vet. De walvis wordt vastgelegd op prenten en groeit uit tot een zestiende-eeuws spektakel vol verwondering.
De lage luchten
Het Balloërveld is het grootste heideveld van Noord-Drenthe, gelegen tussen de beekdalen van onder meer het Loonerdiep en het Rolderdiep. Het gebied bestaat uit droge heide, vergraste stukken, vennetjes, dennenbos, zandige delen, oude karrensporen en grafheuvels; bij Balloo graast bovendien een kudde van ongeveer vierhonderd Drentse heideschapen.
Mag ik van u …
In 1943 helpt de Persoonsbewijzencentrale onderduikers en verzetsmensen met valse papieren. Onder leiding van Gerrit van der Veen groeit de organisatie uit tot een ondergrondse papierfabriek. Ze vervalsen persoonsbewijzen, vergunningen en zelfs stempels. Zo wordt saaie bureaucratie een levensreddend wapen tegen de Duitse bezetter.
Oma’s handen
Ik vertel hoe mijn geboorte om 00:45 op 25 april 1959 plaatsvond in Violenstraat 60 in Assen, het huis van mijn opa en oma van vaderskant. Beneden eet de dokter rustig soep, terwijl boven mijn zeventienjarige moeder bevalt. Het vermoeden dat mijn oma zelf de vroedvrouw was, geeft de nacht een intieme, bijna komische warmte: familiehanden die het leven opvangen. De details van huis, trap en stilte blijven als een blijvende afdruk.
Quand On N’a Que L’amour
Na een avond in De Tamboer bleef ik nog even in de regen staan, terwijl de Nederlandse vertolkingen van Brel in mij naklonken. De glimmende straten en het zachte licht riepen herinneringen op aan thuis en aan momenten waarop liefde het enige leek dat telde. In de auto, met beslagen ruiten en de kachel die aansloeg, voelde ik opnieuw hoe juist het gewone — een blik, een hand, een thuiskomst — soms verrassend veel betekent.
De ontsnapping
In Deventer, 1960, zat ik als jongetje in een houten box in oma’s tuin. Voor de groten was dat ‘veilig’; voor mij een gevangenis. Met “DA!” onderhandelde ik om koekjes, maar ik droomde van ontsnappen. Ik stapelde een blokkendoos, rammelaar en versleten eend, klom over de rand en landde op een stuk speculaas. Moeder zei niets en zette me terug. Die drie minuten vrijheid leerden me: omheiningen hebben een rand van licht voor wie durft.
Wolfstraat 21
Wolfstraat 21 leeft in mijn herinnering als een te klein huis vol stemmen, stilte en gebaren. Rond de tafel, waar mijn stiefvader het brood verdeelde als een landkaart, leerde ik tellen met stoelen en borden. Moeder zat bij de kachel, de avonden gloeiden van gelig licht en ingehouden werelden. Boven sliep ik met Pietje, mijn zusjes fluisterden geheimen. Het huis was een doolhof van geluiden en dromen, een weefsel dat mij nog altijd draagt.
Niet te hard, niet te zacht
Na een eerste nacht samen belandt hij aan haar keukentafel, waar een zachtgekookt ei het begin vormt van een zintuiglijk, licht erotisch spel. Terwijl hij denkt haar te begrijpen, blijkt zij de regie te houden — subtiel, speels en precies. Het ei glijdt over zijn huid, spanning bouwt zich op, tot het onverwacht breekt. Wat een intiem moment leek, eindigt in gelach en verleiding. Niet te hard, niet te zacht is een verhaal vol aanraking, timing en temperament.
Drieluik – Zelfportret
Ik bewaar drie dingen: een weckpot met mijn melktanden, een lintje voor stilte, en een sleutel aan een veter om mijn hals. Elk draagt herinneringen – aan mijn moeder, mijn andere ik die sprong, en mijn vader die verdween. In de kelder staat een kist die ik zelf maakte, met een stem die mijn naam kent. Wat ik bewaar, is vreemd, soms pijnlijk, maar het is van mij. Want wat overblijft, is vaak kleiner dan je dacht.
Warhoofd op maandag
In de supermarkt valt een warhoofdige man op door zijn vreemde boodschappen, een koffievlek in de vorm van de provincie Brabant en zijn verwarde gedrag bij de kassa. Hij raakt afgeleid, twijfelt over de dag van de week, vergeet bijna te betalen en laat uiteindelijk zijn notitieboekje achter. Ikzelf raap het op en lees één raadselachtige zin. Wat begint als een alledaags tafereel, verandert in een subtiel portret van verwarring, warmte en vergankelijkheid.
Geluid
Wat wekt je als het geen wekker is? Soms is het een nauwelijks hoorbaar geluid – een klik, een zucht, iets dat zich aandient en dan verdwijnt. In deze verstilde scène, ergens tussen nacht en ochtend, ontvouwt zich een herinnering zonder reden. Een moment waarin luisteren belangrijker wordt dan weten, en het verleden zich fluisterend aandient. Niet alles wat je hoort, kun je benoemen. En soms lijkt juist dát het begin van iets echts.