Zwaard

Zwaard

311 woorden, 2 minuten leestijd.

Onder het warme, rode licht van de maan, aan de rand van de horizon, stond een kasteel verscholen bij het begin van een laan omringd door wilgen. Dit kasteel, met een trotse geschiedenis van vijf eeuwen, stond daar stil en raadselachtig, een zwijgende getuige van vervlogen tijden.

Het riet op de wallen bewogen zachtjes in de avondbries, als schimmen die hun eeuwige wacht hielden. Terwijl ik dichter bij kwam, hoorde ik geen trompetgeschal dat het kasteelleven aankondigde, maar het geblaf van honden in de verte. In de schemering zag ik een groep werkmannen voorbijtrekken, hun silhouetten scherp afgetekend tegen de avondlucht.

Binnen de oude muren van het kasteel vond ik een intrigerende mix van oud en nieuw. Nieuw gereedschap lag tegen de verweerde stenen, en de zoldering was nog steeds prachtig bewerkt, een bewijs van het vakmanschap van vroegere tijden. In de grote haard knetterde nog steeds hout, dat vocht met het zachte maanlicht dat door de hoge ramen naar binnen viel.

Mijn gedachten dwaalden, gevuld met vreugde en melancholie, door de hoge ridderzaal. O, wat een indruk maakte het oude zwaard dat daar op de schouw hing! Het leek te fluisteren over tijden van eer en moed, verhalen van ridders en hun heldendaden.

Tot mijn grote verrassing werd dit kostbare erfstuk, ongeschonden en ongedeerd, ooit teruggevonden in het slijk van de wallen. De kasteelheer merkte mijn bewondering op en overhandigde mij het zwaard, alsof hij een kostbare erfenis overhandigde. Voor een moment voelde ik de geschiedenis in mijn handen.

Met een gevoel van trots en ontzag legde ik het zwaard op een vermolmde kist. Ik bleef daar nog lang staan, starend naar het oude wapen, en voelde me voor een moment een ridder uit lang vervlogen tijden. De verhalen van het verleden leken tot leven te komen in dat stille, maanverlichte kasteel, waar de geest van de geschiedenis nog altijd rondwaarde.