507 woorden, 3 minuten leestijd
Ik was nog een kind toen The Beatles de wereld veroverden. Te jong om werkelijk te begrijpen wat er gebeurde, maar oud genoeg om iets van die plotselinge opwinding op te vangen. Hun muziek was er gewoon. Op de radio, in huiskamers, uit openstaande ramen en later op feestjes waar de meubels tegen de muur waren geschoven.
Veel muziek uit die tijd is aan een bepaald jaar blijven vastzitten. Je hoort een liedje en meteen staat er een oude auto voor de deur, hangt er een bloemetjesbehang aan de muur of ruik je bijna weer de koffie die de hele middag op een warmhoudplaatje stond. Bij The Beatles werkt dat anders. Natuurlijk nemen ook hun liedjes mij mee terug, maar ze zijn nooit helemaal in het verleden blijven hangen.
Soms hoor ik toevallig een nummer van ze. In de auto, tijdens het koken of wanneer ik zonder bepaald doel door mijn Spotify-lijstjes blader. Vaak herken ik het al na een paar tonen. Dan blijf ik luisteren, ook al heb ik het misschien honderden keren gehoord. Blijkbaar kan een goed liedje ouder worden zonder oud te klinken.
Wat mij altijd heeft getroffen, is hoeveel The Beatles in een betrekkelijk korte tijd hebben gemaakt. In het begin waren het vier jonge kerels met keurige pakken, dezelfde kapsels en liedjes die onmiddellijk in je hoofd gingen zitten. Vrolijk, aanstekelijk en soms bijna eenvoudig. Maar wie hun muziek achter elkaar beluistert, hoort de wereld veranderen. De onschuld verdwijnt niet helemaal, maar krijgt gezelschap van twijfel, weemoed en verwondering.
Misschien werden wij als luisteraars ook wel een beetje ouder met hen.
Ik heb nooit de behoefte gehad om te kiezen tussen John, Paul, George of Ringo. Ze hadden elkaar nodig, juist doordat ze zo verschillend waren. Paul met zijn gevoel voor melodie, John met zijn scherpte en onrust, George die vaak wat op de achtergrond leek te staan maar prachtige liedjes schreef, en Ringo, die het geheel bij elkaar hield zonder zich voortdurend naar voren te dringen. Tenminste, zo heb ik hen altijd ervaren.
Het vreemde is dat The Beatles maar kort werkelijk samen waren. In 1970 viel de groep uiteen. Ik zou die maand 11 worden. Op die leeftijd besef je nog niet dat iets wat voorbijgaat later geschiedenis zal worden. Je neemt aan dat muziek er altijd zal zijn en dat de mensen die haar maken ergens blijven bestaan, klaar om opnieuw te beginnen.
Dat gebeurde niet.
Toch zijn The Beatles nooit echt verdwenen. Hun liedjes bleven achter in platenkasten, op cassettebandjes, cd’s en later in digitale afspeellijsten. Iedere generatie lijkt ze opnieuw te vinden. Niet omdat iemand uitlegt dat ze belangrijk zijn, maar omdat de muziek zelf nog altijd de weg weet.
En misschien is dat hun grootste kracht. Zodra de eerste tonen klinken, valt er even iets van de jaren tussen toen en nu weg. Dan ben ik niet alleen de man die vandaag luistert, maar ook weer een beetje de jongen die nog niet wist hoeveel muziek een mens zijn leven lang met zich mee kan dragen.