535 woorden, 3 minuten leestijd
Sommige verhalen kondigen zich luidruchtig aan. Ze eisen onmiddellijk een schrift, een leeg document en alle tijd die je eigenlijk voor iets anders had gereserveerd. Andere verhalen zijn geduldiger. Ze laten zich opschrijven, nemen genoegen met een plek op de plank en wachten daar tot ik mij er opnieuw over hen ontferm.
De verhalen over Tarenovo behoren tot die laatste soort.
Ze liggen al enkele jaren bij mij. Niet altijd letterlijk op dezelfde plank en ook niet voortdurend in dezelfde vorm. Soms waren het maar een paar bladzijden, een naam, een gebeurtenis of een beeld dat ik niet wilde vergeten. Een man op een begraafplaats. Een vrouw die merkt dat voorwerpen zich anders gedragen wanneer zij kwaad of verdrietig is. Een bospad dat verdwijnt en een uur later in een andere richting terugkeert. Een oog op een muur dat alles lijkt te zien, maar niets verklaart.
Steeds wanneer ik de verhalen weer tevoorschijn haalde, was het dorp er nog.
Tarenovo is een fictief dorpje in Rusland. Het ligt nergens en had toch overal kunnen liggen. Het jaar is 1887. De bewoners leven dicht bij het land en bij de seizoenen. Zij kennen de winter als een macht die wegen afsluit en huizen kleiner maakt. Zij wachten op de lente, werken door de zomer en weten dat in de herfst niet alleen de oogst wordt binnengehaald, maar soms ook oude rekeningen worden vereffend.
Het is een dorp van gewone mensen. Zij bakken brood, halen water, schrijven brieven, houden de molen draaiende en proberen hun kinderen iets mee te geven dat langer standhoudt dan geld. Zij worden verliefd, maken fouten, verzwijgen wat hun schaamte bezorgt en herinneren zich gebeurtenissen liever anders dan ze werkelijk zijn geweest.
Alleen houdt de werkelijkheid zich in Tarenovo niet altijd aan haar eigen regels.
Het wonderlijke verschijnt er meestal zonder aankondiging. Het staat op een ochtend bij iemand in de kamer, beweegt iets wat niet bewogen kan worden of laat een vertrouwd pad eindigen op een plaats waar het gisteren nog niet kwam. De inwoners schrikken ervan, maar moeten daarna wel de kachel aanmaken, het vee verzorgen of naar de molen. Misschien spreekt juist dat mij zo aan: zelfs wanneer het onmogelijke gebeurt, blijft het dagelijkse leven om aandacht vragen.
De bundel volgt Tarenovo door de vier seizoenen van 1887. Elk verhaal krijgt een eigen hoofdpersoon en een eigen gebeurtenis, maar het dorp blijft hetzelfde. Bewoners die in het ene verhaal slechts over de weg lopen, kunnen in een volgend verhaal plotseling een huis, een verleden en een geheim blijken te hebben. Wat in de winter begint, kan in de zomer nog altijd worden gevoeld. Wat iemand verzwijgt, kan maanden later bij een ander aan de deur kloppen.
Lange tijd dacht ik dat de verhalen rustig op hun plank konden blijven liggen. Misschien waren ze te vreemd, te stil of te moeilijk onder één noemer te brengen. Inmiddels denk ik daar anders over. Ze zijn te magisch om ze niet te delen en te menselijk om ze te vergeten.
Daarom keer ik terug naar Tarenovo.
Het dorp wacht al sinds 1887. Het kan nog wel even wachten, maar niet veel langer.
Binnenkort in mijn shop, in de boekhandel en op bol.com verkrijgbaar.