Quand On N’a Que L’amour
Na een avond in De Tamboer bleef ik nog even in de regen staan, terwijl de Nederlandse vertolkingen van Brel in mij naklonken. De glimmende straten en het zachte licht riepen herinneringen op aan thuis en aan momenten waarop liefde het enige leek dat telde. In de auto, met beslagen ruiten en de kachel die aansloeg, voelde ik opnieuw hoe juist het gewone — een blik, een hand, een thuiskomst — soms verrassend veel betekent.