Witte vlag

Witte vlag

‘Vladimir Iljits, wat heb je gezien?’ De stem drong door tot de diepste krochten van mijn herinneringen.


De zee bulderde als een toornige titaan, terwijl granaten als regen om ons heen neerdaalden. Onze boot, een nietig vaartuig in de greep van de Zwarte Zee, worstelde tevergeefs met de golven, een speelbal van de elementen. Zeeziekte greep velen bij de keel, terwijl anderen zich krampachtig vastklampten aan hun geloof en vaderlandsliefde.

Mijn blik gleed naar Sergej, zijn ogen verzonken in de versleten foto van zijn gezin. Een flauwe glimlach brak door op zijn lippen toen hij de mijne ving. ‘Volodya, maak je niet te veel zorgen. Alles zal goed komen,’ fluisterde hij geruststellend. Een zucht van instemming ontsnapte aan mijn lippen, vergezeld van een voorzichtige glimlach.

Toen het strand in zicht kwam, verminderden de bulderende golven en het grommen van de artillerie, vervangen door het angstaanjagende geschreeuw van mijn medestrijders. Een rilling gleed over mijn ruggengraat bij het aanzicht van de Zwarte Zee, gekleurd in het bloed van onze kameraden. Velen verstarden bij het aan land gaan, overweldigd door de chaos. De eersten die het zand raakten, werden geveld door kogels. Ik sprong van de boot en zonk weg in het troebele water. Het strijdtoneel omarmde me met zijn verstikkende geur. In mijn haast om de loopgraven te bereiken, gleed ik uit in de dikke modder, mijn munitie verspreid over het strand. ‘Verdomme’, ontsnapte aan mijn lippen, een uitdrukking van frustratie.

Een hagel van explosies barstte los, zaadjes van vernietiging die neerdaalden uit de hemel. Een vertrouwde stem doorbrak de chaos. “Volodya, hier!” riep Sergej vanachter een rots. Een zucht van opluchting ontsnapte aan mijn longen. ‘Ik kom eraan!’ riep ik terug, mijn geweer stevig vastgeklemd. Adrenaline voedde mijn lichaam terwijl ik naar hem sprintte.

Sergej viel, zijn lichaam getroffen door een kogel. Ik haastte me naar hem toe, zijn gezicht vertrokken van pijn. ‘Ik weet niet of ik het haal,’ fluisterde hij bezorgd. In een ogenblik van besluiteloosheid wist ik dat we terug moesten. Ik greep zijn vest en sleepte hem over het strand, de last van zijn gewicht drukkend op mijn schouders. ‘We hebben het gehaald!’ jubelde ik toen we dekking vonden achter de rots. Maar zijn stilte doorboorde mijn ziel. ‘Seryozha?’ Mijn stem brak, mijn ogen gevuld met tranen. Het was niet het waard, mompelde ik, terwijl mijn blik viel op iets in de verte…


“Vladimir Iljits, wat heb je gezien?” De stem van mijn psycholoog doorbrak de mist van mijn herinneringen. Langzaam keerde ik terug naar het heden. ‘Ik zag een witte vlag,’ antwoordde ik, ‘het teken van een wanhopig verlangen naar vrede. Maar het was te laat. Het bloed, zoveel bloed, was al vergoten.’