Sint in armoede

Sint in armoede

Het was koud in de stad, de wind sneed door steegjes waar niemand vrijwillig kwam. Ruben stond onder een lantaarnpaal die nauwelijks licht gaf. De zak op zijn schouder voelde zwaar, niet van cadeaus, maar van iets wat hij niet durfde uit te pakken. Het was vijf december, en de straten waren leeg op een paar flikkerende feestlampjes na. Hier vierde niemand Sinterklaas. Hier was niets te vieren.

De voordeur van het huis waar hij voor stond, hing scheef in de scharnieren. Hij trapte hem half open. Binnen rook het naar sigaretten en een verbrande pan. Een vrouw zat op de bank, haar ogen hol. Twee kinderen zaten op de grond, stil, zonder de opwinding die bij de avond hoorde. Ze keken naar Ruben alsof hij iets in zijn zak had wat hen kon redden.

“Wie ben jij?” vroeg de vrouw, haar stem ruw van te veel goedkope drank.

“Sinterklaas,” zei Ruben. Zijn stem klonk harder dan hij wilde. Hij legde de zak op de vloer en knielde ervoor. De kinderen kwamen dichterbij, hun blikken twijfelend. Hij opende de zak en haalde er pakjes uit, ingepakt in krantenpapier. Eén voor één gaf hij ze aan de kinderen. De jongen pakte het voorzichtig aan, alsof het kon ontploffen. Het meisje hield haar handen nog even achter haar rug, alsof ze niet durfde te hopen.

“Pak maar uit,” zei Ruben.

De jongen scheurde het papier los. Een autootje, de verf afgebladderd. Het meisje kreeg een pop, een arm miste, maar haar ogen straalden even. Ruben voelde hoe de kamer iets lichter werd, heel even.

“Waar komt dit vandaan?” vroeg de vrouw. Haar blik werd scherp, wantrouwend. Ruben haalde zijn schouders op. Ze hoefde het niet te weten, over de opslagplaats, de vrachtwagen, de nacht waarin hij dingen deed waar hij liever niet aan dacht.

“Wat maakt het uit?” zei hij. “Het is vanavond feest.”

Hij stond op, de kinderen drukte hun schatten tegen zich aan. Ruben wilde iets zeggen, maar de woorden kwamen niet. Hij trok de deur achter zich dicht en verdween in de kou. Achter hem bleef het stil. Het enige wat hij hoorde, was het zachte geritsel van krantenpapier.