Werken aan De Bemiddelaar
526 woorden, 3 minuten leestijd
De afgelopen tijd ben ik intensief bezig geweest met mijn nieuwe roman: De Bemiddelaar. Het is een project dat me inmiddels volledig in zijn greep heeft. Sommige boeken beginnen met een idee, andere met een sfeer of een stem. Dit boek begon voor mij met een vraag die me niet meer losliet: hoe goed ken je eigenlijk de persoon met wie je een leven deelt, of hebt gedeeld?
Dat is de kern van De Bemiddelaar.
In deze roman staat een vrouw centraal die na de begrafenis van haar man ontdekt dat hij niet de man was die zij dacht te kennen. In zijn papieren, notities en achtergelaten sporen vindt ze geen simpele onthulling, maar een werkelijkheid die langzaam openbreekt. Wat eerst een persoonlijk verlies lijkt, groeit uit tot iets veel groters. Niet alleen haar huwelijk komt in een ander licht te staan, maar ook de wereld waarin haar man zich heeft bewogen.
Wat mij fascineert in dit verhaal, is dat de spanning niet alleen zit in wat er verborgen is, maar vooral in de manier waarop mensen zichzelf en elkaar overeind houden met taal. Met keurige woorden. Met redelijkheid. Met beheersing. Juist daar begint het voor mij interessant te worden. Want achter nette formuleringen kan veel schuilgaan. Achter fatsoen soms ook.
De Bemiddelaar wordt daarom niet alleen een spannend verhaal, maar ook een roman over macht, schuld, zwijgen en de vraag hoeveel waarheid een mens eigenlijk aankan. Niet de snelle waarheid van een onthulling in één klap, maar de trage waarheid die stukje bij beetje zichtbaar wordt en ondertussen alles verandert.
Het schrijven eraan is een bijzonder proces. Soms gaat het snel en lijkt een hoofdstuk zichzelf bijna te schrijven. Dan weet je ineens hoe een scène moet lopen, hoe een personage reageert, welke toon klopt. Op andere dagen is het zoeken, schrappen, opnieuw beginnen, net zolang tot een scène precies de juiste spanning krijgt. Dat hoort erbij. Misschien is dat zelfs wel het mooiste deel van schrijven: dat je gedwongen wordt goed te luisteren naar wat het verhaal werkelijk wil zijn.
Wat ik ook merk, is dat de personages in De Bemiddelaar steeds meer eigen gewicht krijgen. Dat is altijd een goed teken. Figuren worden pas echt interessant als ze niet langer keurig doen wat jij als schrijver van tevoren had bedacht. Dan komt er leven in. Dan ontstaan de barsten, de tegenstrijdigheden, de onderhuidse spanning die een roman nodig heeft.
Nu ik meer tijd heb om te schrijven, voelt het extra bijzonder om aan zo’n groot project te werken. De Bemiddelaar is geen klein verhaal. Het vraagt ruimte, aandacht en geduld. Maar juist dat maakt het voor mij zo waardevol. Het is een boek waarin ik echt kan verdwijnen, en dat is misschien wel het mooiste wat een schrijver zich kan wensen.
Ik ben nog volop bezig, maar één ding weet ik al zeker: dit is een roman die me dierbaar is. Omdat hij spannend is, donker, gelaagd en menselijk. En omdat hij draait om iets wat ons allemaal kan raken: de schrik van het moment waarop je beseft dat de waarheid over iemand anders ook je eigen leven herschrijft.