Mijn sok

Mijn sok

“Nee, hier ook niet. Nog maar eens de route nalopen van de wasmachine naar de waslijn achterin de tuin, misschien ligt hij daar wel. Ik wist dat ik de tocht tevergeefs zou maken, maar jogde toch in een sukkeldrafje door de tuin. Hij kan niet weg zijn. Anders had ik hem heus wel eerder, op de terugweg van de waslijn naar de bijkeuken, zien liggen. Wacht even, ik heb met de wasmand in mijn handen, ter hoogte van de jeneverbes, nog met de buurman staan praten. De schutting fungeerde als een veilige buffer tussen mij en de man van de buurvrouw. Wie weet is hij daar van de overvolle mand afgegleden en op de takken van de Canadese jeneverbes terechtgekomen. Stom, misschien ligt hij daar wel op mij te wachten? Ik heb daar toch een tijdje staan talmen, dus het kan best.”

“De buurman was maar wat jaloers op mijn goudkleurige jeneverbes. Hij had het afgelopen najaar de kleur ook zien veranderen van donkergeel goud naar een brons waar hij geen woorden voor had. De buurman kon dat altijd zo mooi uitdrukken. Na dit compliment moest hij toch even een steek onder water geven omdat ik, als aspirant-huisman, de was aan het doen was. Dat was meer iets voor de vrouwtjes, had hij mij smalend toevertrouwd. Dat ik mijn hardloop- en trainingstenue liever zelf verzorg, heb ik maar niet verteld.”

“Hier is niets te zien. Ik wurmde mijn hand wat dieper in de dwergstruik om te zien of hij misschien niet lager of eronder was terechtgekomen en kraste mijn vingers aan de stekelige punten van de takken. Niets. Bij de lange waslijn ook niet. Zijn wederhelft hing daar nog steeds in de zonnige ochtendbries te drogen. Eenzaam, hoe moest hij zich wel niet voelen zonder zijn tegenpool waaraan hij zich kon spiegelen? Voelde hij zich misschien ook verontrust, net als ik? Misschien toch in de wasmachine blijven hangen. Terug naar de bijkeuken dus. Ik opende de deur van de wasmachine, maar trof daar, zoals ik eigenlijk al verwachtte, niets aan. Peinzend bleef ik staan.”

“Verder zoeken. Ik knielde neer voor de machine en opende aan de voorzijde onderin het stof- of vuilfilter, of hoe dat ook moge heten. Ik stak mijn vingers in de smalle opening, maar voelde niets. Nou ja, niet helemaal niets. Een knoop, 50 eurocent, een stukje afgebroken plastic tandenstoker, en een hoopje dradige en nat aanvoelende pluizenmassa, vettig van de fosfaatvrije wasmiddelen en wasverzachters die we in mijn gezin gebruikten. Langzaam begon ik toch wel een beetje radeloos te worden. Nog maar eens de tuin in, de waslijn inspecteren. De buurman zag me vanachter zijn grasmaaier verdwaasd mijn tuin weer inrennen. Nee, alles hing nog zoals ik het over de lijn had gedrapeerd. Ik pakte de andere helft van mijn verdwenen paar en inspecteerde welke dit was. Dit was die met de R op de grote teen gedrukt. Dat betekende dat ik de L miste. Een lichte paniek greep mij bij de keel. Ik hing het R-exemplaar terug aan de lijn.”

“Waar kan hij zijn? Ik moet hem echt hebben, en het liefst voor aankomende zaterdag, want dan staat de halve marathon van het dorp op de agenda. Je kent het gezegde: op een been kun je niet lopen? Ik, hij, en zijn broeder op de waslijn hebben heel wat triomfen behaald. Een mooi gezicht was het ook altijd, waar andere atleten witte hadden, waren mijn Falke wedstrijdsokken rood van kleur, rood met een gele band voorbij de enkel, over de wreef van mijn voet. Altijd afgunstige blikken van mijn medehardlopers richting de bekleding van mijn onderdanen, omdat ze zo fel afstaken boven mijn witte wedstrijdschoenen. Absorberend als geen ander paar, slip- en slijtvast en absoluut geen gevaar voor blaren. Mijn lievelingspaar, al enkele jaren lang. Samen met mijn wedstrijdschoe… wacht eens even.”

“Op een drafje huppelde ik de tuin door naar de bijkeuken, daarvandaan de garage in waar mijn verzameling hardloopschoenen stond te luchten alsof het kinderschoenen waren, wachtend om door de gulle hand van zwarte Piet gevuld te worden. Ik wist beter. Snel kiepte ik mijn sporttas op zijn kop en ledigde de achtergebleven inhoud over de garagevloer en jawel hoor, ik had mijn vermiste hardloopmaat gewoon vergeten in de tas. Hoe kon ik zo dom zijn? Duizendmaal excuses, beste sok. Nu snel de andere erbij halen en opnieuw, samen met mij de handwas in voor een persoonlijke wasbeurt. Op naar zaterdag …”