Ed en Raiya – Getuigen van een …

Ed en Raiya – Getuigen van een …

“U heeft helemaal niets gemerkt?” Ed keek naar de grote wijzers op de schouw boven de open haard en merkte op dat er geen cijfers waren. “U moet toch iets gehoord hebben?”

De oude man kwam zwijgend uit zijn stoel, leunend op zijn wandelstok. Na een korte pauze schuifelde hij naar het raam. “Ziet u deze knop, meneer?” Met wijs- en middelvinger wreef hij over de witte knop naast het venster. “Als ik hierop druk, gaat het rolluik automatisch naar beneden en hoor ik echt niets meer van wat er buiten gebeurt, laat staan in dat oude pakhuis aan de overkant.”

De grijze dame zat nog steeds onbewogen op haar stoel bij de eettafel. Ze staarde in het niets en haar handen waren gevouwen op het wollen tafelkleed. Ze zag er broos uit en tegelijkertijd zeer sereen, alsof ze in gebed was. Ze schrok op toen haar man met zijn wandelstok tegen de tafelpoot tikte. “Onze gasten willen misschien wel iets te drinken, Heleen?”

“Doet u voor mij geen moeite, mevrouw.” Ed wilde de grijze dame graag bij het gesprek betrekken, maar Raiya dacht daar kennelijk anders over.

“Ik lust anders wel een kopje thee.” De grijze dame stond al op toen Raiya eraan toevoegde: “Ik help u wel even, mevrouw. Jij wilt zeker geen thee, Ed?”

“Nou, weet je wat, doe mij ook maar een kopje.” Wat was ze van plan, vroeg hij zich af. Hij stond automatisch op en kon de sterke geur van haar 4711 eau de cologne ruiken toen ze langs hem heen door de smalle kamer schoof.

Ed en de oude man bleven zwijgend achter. Ed wilde nog iets zeggen over de klok zonder cijfers boven de schouw, maar hij liet een veelzeggende, maar zeer ongemakkelijke stilte tussen hen ontstaan.

Ondertussen was Raiya in de keuken bezig de grijze dame te helpen. “Zal ik de theepot pakken? Waar kan ik die vinden?”

“Achter u, op die plank, de glazen pot met het rode handvat en deksel.”

“En de theemuts, wat een mooie trouwens. Wilt u dat ik die ook pak?” De dame knikte.

“Is goed, meisje. Zet die maar vast op het dienblad daar, naast de kopjes en schoteltjes. Welke thee willen jullie?” Ze opende een keukenkastje en haalde daar een houten theedoos tevoorschijn met een uitgebreid assortiment theezakjes.

“Ik wil graag muntthee, als u dat heeft.”

“En jouw vriend?”

“Het is niet mijn vriend, het is een collega. Maar maakt u zich geen zorgen,” glimlachte Raiya, “dat denken mensen vaak als ze ons zo samen zien.”

De fluitketel op het fornuis begon zachtjes te sissen en voordat het een oorverdovend gefluit zou worden, stelde Raiya de vraag die Ed eerder aan de dame had willen stellen. “En u, mevrouw, heeft u ook niets gehoord vannacht aan de overkant?”

Ze keek de gang in, richting de woonkamer, alsof ze bang was dat haar echtgenoot zou horen dat ze met de jongedame sprak over zaken die ze liever niet ter sprake wilden brengen. “Wat er buiten op straat gebeurt, gaat ons niet aan,” had hij haar zo vaak verteld. Horen, zien en zwijgen. Raiya kreeg het gevoel dat de dame wel iets wilde vertellen maar het niet durfde. Om haar aan te moedigen, knikte ze vriendelijk en geruststellend naar de grijze dame.

“Om een uur of twee vannacht heb ik een paar keer geschreeuw gehoord. We slapen altijd apart, weet u.” Geschrokken van haar eigen stem fluisterde ze verder, “Hij hoort dan wel niets, maar ik slaap altijd met het raam open. Ik heb af en toe frisse lucht nodig. Ik werd wakker van het geluid, een vrouwenstem in paniek. Het was een onderdrukte kreet of schreeuw.”

“Was het een kreet of een schreeuw?” Raiya merkte dat ze nu ook fluisterde.

“Ik denk een schreeuw, twee of drie keer, niet meer. Daarna werd het weer stil, zoals altijd ’s nachts hier in het dorp. Ik schonk er verder geen aandacht aan totdat vanochtend de drukte met de politie begon en we bezoek kregen van een vrouwelijke rechercheur, ik ben haar naam even vergeten. Ze had zo’n mooie dubbele Franse naam.”

Vanuit de huiskamer bromde de oude man, “Hoe ver zijn jullie met die thee?”

Geschrokken pakte de grijze dame het dienblad op en vroeg zachtjes, “Die vrouw op de brancard die ze de ambulance inschoven, is ze dood?”