In een stoffig, half verlicht cafeetje aan de Ventweg, waar de geur van verschraald bier en flauwe humor zich vermengen, zit een gezelschap dat je gerust kleurrijk kunt noemen. Aan de ene kant van de tafel zit Jaap, beter bekend als Jaap Aap, of gewoon Aap, zoals zijn gasten hem altijd noemen. Aap, zo noemen we hem nu ook vanaf hier. Zijn café draagt ook nog eens zijn naam en is tevens logement. Ja, je kunt in de Aap gelogeerd zijn.
Aap is een kleurrijk personage en betwiste voorvader van Darwin, terwijl tegenover hem een norse bakker zit, altijd melig, met het bloem nog op zijn wangen.
De bakker, die zichzelf graag als amateurhistoricus beschouwt, begint zijn betoog over hoe de geschiedenis vaak verdraaid wordt. “Neem het Alfabet”, zegt hij, “dat zijn gewoon 26 hulpmiddelen om van A tot Z te liegen.” Hij grijnst en neemt een grote slok van zijn bier. Aap knikt instemmend, zijn ogen glinsteren van geamuseerde wijsheid.
“Alea iacta est”, mompelt Aap, “Woorden, die geen sterveling Caesar ooit hoort zeggen.” Hij kijkt naar de anderen in het gezelschap, waaronder een klungelige assistent, wiens enige taak lijkt te zijn om als bliksemafleider te fungeren voor professorale donderbuien. De arme jongen ziet er verward uit, alsof hij niet weet of hij nu moet lachen of huilen.
“Amerika”, zegt de bakker plotseling, zijn stem vol drama. “Het uitgebroede ei van Columbus. Stel je voor, een heel continent ontdekt door een man die denkt dat hij in India is beland!” Het gezelschap barst in lachen uit, behalve de assistent, die druk bezig is een omgevallen glas wijn op te dweilen.
Aap schenkt de assistent een nieuw glas wijn in en kijkt met een glimlach om zich heen. “Geschiedenis is niets anders dan een conversatie”, zegt hij tenslotte, “een algemeen gesprek waarin niets beweerd wordt, maar waarin we toch altijd proberen de waarheid te vinden.”
“Geschiedenis, beste Aap, en al haar grillige kronkels,” antwoordt de bakker. “Geschiedenis staat als een huis. Zoals beton, nog steeds gewapend is. Of de cactus, een prikkeldraadversperring in de plantenwereld is.”
“Misschien is geschiedenis gewoon een bijenkorf, een korf waarin hard gewerkt wordt om steeds ‘bij’ te zijn, maar toch altijd een beetje achterloopt op de waarheid,” antwoordt de assistent nadenkend.
Maar als het gesprek op antisemitisme komt, verstomt het gelach. “Blinde haat jegens voorouders”, zegt Aap ernstig. Het gezelschap knikt stilletjes, zich bewust van de diepe wonden die geschiedenis kan achterlaten.
De kamer wordt stil, de woorden hangen zwaar in de lucht. De assistent kijkt naar zijn glas, Aap kijkt naar de boeken op de plank, en de bakker kijkt naar de toekomst. In dat moment, vol van gedachten en reflecties, beseffen ze dat geschiedenis niet alleen de verhalen van het verleden omvat, maar ook de lessen die we vandaag moeten leren.