Wie herinnert zich niet de lange, zonnige dagen van de zomer van 1971? Toen was ik, samen met mijn vrienden Johnnie C, Peter v. E. en Rinie I, bezig met het plannen van een fietsavontuur zoals geen ander. Ons doel: de Amsterdamse Albert Cuypmarkt bereiken, vanuit de Utrechtse Wolfstraat langs de prachtige Vecht, en alle mooie boerderijen, molens en polders zien die deze route te bieden had.
We waren allemaal tussen de 11 en 12 jaar oud, en hadden net de lagere school achter ons gelaten of moesten nog een jaartje. We waren klaar voor een echte uitdaging, en wat is een betere manier om die uitdaging aan te nemen dan door een lange fietstocht te maken langs de Vecht? We pakten onze fietsen, flessen water, boterhammen, fiets-plakspullen, een handpompje en natuurlijk ons avontuurlijke hart, en gingen op weg. Onze ouders stopten ons nog snel wat fruit en snoep toe, voor onderweg..
De ochtend van ons vertrek was een beetje mistig, maar dat hield ons niet tegen. We reden, vanaf de Zuilense de Muinck Keijzerbrug langs de Vecht, en werden direct getrakteerd op een prachtig uitzicht op de omringende polders. De zon begon langzaam te schijnen, en we voelden ons direct in een goede bui. De wind stond in onze rug, en we voelden ons vrij als vogels. Op naar Maarssendorp.
Het eerste deel van de route was vrij gemakkelijk, we reden langs een rustige weg, en de Vecht stroomde kalm langs ons heen. We zagen boerderijen en molens, en genoten van de rust en de stilte van de omgeving. Bij Breukelen bewonderden we kasteel Nijenrode aan de overzijde van het water. We stopten even later bij een boerderij om wat te drinken en een paar boterhammen te eten. De boerin, bezig haar was op te hangen, begroette ons hartelijk, was erg vriendelijk, en gaf ons, stadsjochies, zelfs een rondleiding door de boerderij. We zagen koeien, schapen en kippen, en genoten van de gezellige sfeer en geur. We aten wat van ons meegebrachte brood en dronken van de boer gekregen bekers verse melk, en waren klaar om verder te gaan en lieten Loenen aan de Vecht achter ons en stuurden verder naar ons einddoel.
Na Vreeland kwamen we in een prachtig polderlandschap terecht. We reden langs een smalle weg, omringd door gras en de Vecht aan de linkerhand. De zon stond hoog aan de hemel, en we voelden ons als echte fietskampioenen. We genoten van het uitzicht, van de vele mooie boerderijen, vriendelijke mensen in de dorpjes en het mooie weer. We peddelden al kletsend door Nederhorst den Berg en staken bij Nigtevecht de rivier over.
Het laatste stuk van de was minder bezienswaardig, of je moet de lelijke hoogbouw van de Bijlmer helemaal geweldig vinden. Wij, 43 jaar geleden, helemaal niet. Foeilelijk. We genoten wel van de rust en de stilte van de omgeving. Toen nog wel. We keken in Amsterdam onze ogen uit, de drukte van het vele verkeer, maar bereikten veilig de Amsterdamse Albert Cuypmarkt. We waren moe maar blij, en voelden ons als echte helden.
We aten een flinke zak patat en dronken koude limonade, en genoten van de gezellige drukte op de markt. Als we al geen hecht vriendenclubje waren, werden we het na deze tocht nog meer. We hebben wat afgelachen onderweg, elkaar verhalen en soms diepste geheimen toevertrouwd. Na een uur op de markt was het alweer tijd voor de terugreis. Nu via Abcoude, Baambrugge richting Loenersloot naar Breukelen en terug naar de 1e Daalsebuurt. Naar huis.
Toen we de Wolfstraat in fietsten werd het al schemerig. We waren moe, maar tevreden. We hadden een onvergetelijke dag gehad, en we wisten dat we nog wel een keer zo’n fietstocht zouden gaan maken.