Boek voorbereidingen; Abdij van Villers
Op een sombere, regenachtige zondag in juni 2024, de 16e om precies te zijn, besloot ik de ruïnes van de Abdij van Villers te verkennen, ondanks een opkomende verkoudheid. Het is de tweede keer dat ik de ruïnes bezoek, mijn vorige visite moet zeker 35 jaar geleden geweest zijn. Deze historische plek zou kunnen dienen als inspiratie voor het boek dat ik aan het schrijven ben. De mistige atmosfeer en het dreigende donkere wolkendek versterkten de mystieke uitstraling van de eeuwenoude ruïnes.
De Abdij van Villers, gesticht in de 12e eeuw door Cisterciënzer monniken, heeft een bewogen geschiedenis. De monniken moesten tweemaal verhuizen voordat ze zich in de 13e eeuw definitief vestigden op de huidige locatie. In de middeleeuwen bloeide de abdij als een centrum van cultuur en landbouw, maar politieke en religieuze onrust brachten uiteindelijk verval. Een tweede bloeiperiode volgde in de 18e eeuw onder Joseph II en Leopold II, totdat de Franse Revolutie de abdij ontbond en deze in handen kwam van een handelaar in bouwmaterialen.
Bij aankomst werd ik begroet door de indrukwekkende ruïnes, gedeeltelijk verscholen in de mist. De weg naar de abdij splitste het domein, met de abdij aan de ene kant en het bezoekerscentrum en brasserie in de oude watermolen aan de andere kant. Na het parkeren van onze Dacia Jogger, en het betalen van de toegangsprijs van € 10,- begon mijn verkenning.
Ik dwaalde twee uur lang, met Joyce enthousiast in mijn kielzog, door de verlaten gangen en overgroeide paden, met slechts enkele andere bezoekers in de verte. De atmosfeer was doordrenkt, niet van de regen, maar veel meer nog van historie en elk hoekje leek een verhaal te fluisteren. Ik probeerde me voor te stellen hoe het leven hier vroeger moet zijn geweest.
De tekst gaat verder onder de foto’s




















Ondanks de kou en de regen voelde ik een diepe verbinding met deze historische plek. De serene schoonheid van de ruïnes, gehuld in nevel en regen, maakte mijn bezoek onvergetelijk. De Abdij van Villers bood niet alleen inspiratie voor mijn boek, maar ook een moment van reflectie en bewondering voor de tijdloze pracht van het verleden.
Een paar dagen, na dit natte bezoek waarin ik doorweekt van de regen rillend aan een welverdiende lunch in de bijbehorende Brasserie zat, compleet met medicijn (een Orval, trappistenbier) werd ik toch nog ziek. Een fikse verkoudheid, compleet mer rauwe hoest, hoofd- en spierpijn en een fiks hoge lichaamstemperatuur. Maar het was het waard.
