Een lied voor hem

Een lied voor hem

435 woorden, 2 minuten leestijd

De kamer is gevuld met een stille, melancholische warmte, zoals alleen een kamer kan zijn waar de avondzon haar laatste stralen achterlaat. Het oude bureau staat bij het raam, bezaaid met papieren, losse notities en een versleten muziekboek met een gebarsten leren kaft. Haar vingers glijden over het oppervlak van het boek, langzaam, alsof ze het verleden proberen aan te raken dat in de randen van de bladzijden is achtergebleven.

Buiten klettert de regen op het dak en glinsteren de stoeptegels als natte spiegels. Ze luistert naar het ritme van de druppels, alsof ze hoopt dat de regen haar iets zal vertellen. Misschien een melodie, misschien een antwoord. “Muziek verdwijnt nooit,” had hij ooit gezegd. “Het reist door, het verandert, maar het blijft ergens bestaan.” Die woorden keren telkens weer terug, als een fluistering die door de wind wordt meegevoerd.

Ze opent het muziekboek en vindt een lege bladzijde. Haar vulpen glijdt over het papier, aarzelend, alsof het gewicht van wat ze wil zeggen te groot is om in woorden te vangen. Het is geen gewoon lied dat ze wil schrijven. Het moet iets zijn dat hem weer dichter bij haar brengt. Niet met grote gebaren, maar met eenvoudige noten die hun tijd samen weerspiegelen – een zomer vol licht, een herfst vol regen, en de stilte van winteravonden waarop alleen hun ademhaling de kamer vulde.

Buiten stopt de regen even. De stilte valt als een deken over de stad, en ze staart naar het raam, waar de laatste druppels in trage lijnen naar beneden glijden. Ze voelt hoe de herinneringen komen, zachtjes, zoals het openen van een deur naar een lang vergeten kamer. Zijn lach. Zijn hand die haar schouder aanraakte als hij langs haar liep. En zijn stem, die haar ooit vertelde dat een lied alles kon zeggen wat woorden niet konden.

De vulpen stopt. Ze legt hem neer en kijkt naar wat ze heeft geschreven. Het zijn geen grote woorden, geen ingewikkelde notenreeksen. Het is simpel, een melodie die uit haar hart komt, een melodie voor hem. Het is een lied dat zegt: “Ik ben hier nog. En jij bent hier ook, op een manier die alleen wij begrijpen.”

Ze sluit het boek voorzichtig, alsof het breekbaar is. De lucht buiten klaart op, en een schemerige glans valt door het raam. Ze staat op, kijkt nog eenmaal naar het boek en glimlacht, zachtjes. Morgen zal ze het spelen, denkt ze. Niet voor zichzelf, maar voor hem. Omdat muziek, zoals hij altijd zei, nooit stopt. Het reist verder, wiegend door de tijd, en brengt degenen die elkaar niet meer kunnen bereiken toch samen.