Wraak

Wraak

Soms heb ik een idee voor een verhaal en laat mijn fantasie de vrije loop en zet voorzichtig een verhaallijn op. Of ik ooit wat met het verhaalidee ga doen? Geen idee.


Wraak

De lucht was scherp en kil, een ijzige winternacht – een nacht waarop Jean Bouchard bij zijn gezin had moeten zitten, bij het warme vuur van de open haard, een boek lezend in de gloed van het vuur. In plaats daarvan zat hij op een boomtak, kijkend naar de vallende sneeuw, wachtend op de rijtuigen die zouden komen.

Jean Bouchard was niet altijd zo geweest. Veertien jaar geleden was hij een gewone jongen, ontdekkend wat het 19e-eeuwse Parijs te bieden had. Hij zag de venters de stad doortrekken, de arme weeskinderen die probeerden iets te pakken uit de losse postzakken aan de gammele rijtuigen. De geur van versgebakken brood vermengde zich met de rook van kolenkachels, terwijl het geroezemoes van marktkramers en het geratel van paardenhoeven hem omringde. Jean dwaalde toen door de smalle steegjes, waar de zon nauwelijks doordrong, en een mooie toekomst tegemoet zien.

In de stille uren van die ene, die bewuste nacht, terwijl Jean probeerde de slaap te vatten, werden zijn oren gestreeld door fluisteringen over een huis verzadigd met rijkdom. Hoewel hij uiteindelijk in de armen van Morpheus viel, omhelsde hem bij het ontwaken een onheilspellend gevoel. Hun thuis was geplunderd en zijn dierbaren waren spoorloos verdwenen en, naar later bleek, gruwelijk om het leven gebracht. Rondkijkend zag hij een afbeelding van een kruis met een streep erdoorheen. Waar had hij dat eerder gezien?

Geadopteerd door zijn oom in het bos, zwoer Jean uit te zoeken wie dit had gedaan en wraak te nemen. Vijftien jaar later, na bij zijn oudere oom te hebben gewoond, was het tijd om gerechtigheid te zoeken. Met een afscheidsgroet vertrok hij, terwijl een majestueuze adelaar hoog boven hem vloog, als een voorteken van voorspoed en hoopvolle beloften.

Toen hij voor het eerst in vijftien jaar door Parijs liep, zag hij de weeskinderen van toen, nu volwassenen, en de venters, nog steeds brutaal. Hij herinnerde zich het insigne van de mannen die zijn familie hadden vermoord: een kruis met een streep erdoorheen. Jean vroeg rond of iemand dat teken herkende. Net toen hij de hoop bijna had opgegeven, stapte een man in een donker gewaad uit de schaduwen en vertelde hem alles wat hij moest weten. De mannen behoorden tot een groep genaamd “La Fraternité Noire” (De Zwarte Broederschap) een bende die huizen binnendrong en iedereen op hun pad beroofde, ontvoerde en uiteindelijk vermoordde.

De man in het donkere gewaad, ooit een van hen, had beseft dat wat hij deed verkeerd was en was eruit gestapt. Hij noemde zich Lecomte en bood aan Jean te helpen. Hij bracht Jean naar zijn huis en gaf hem een doos gevuld met zijn verleden: een gewaad met het insigne van de La Fraternité Noire en een mes in leren foedraal. Nadat Lecomte hem had verteld wat hij moest doen, vertrok Jean naar hun basis in Belleville(1).

En nu zat hij daar, op een boomtak, wachtend op een bevoorradingswagen die hem naar hun hol zou leiden en hem de kans zou geven wraak te nemen.

  1. In de 19e eeuw was Belleville in het oosten van Parijs een culturele smeltkroes met arbeiderswijken, immigrantengemeenschappen en levendige straten