Zijn versleten vingers rolden vakkundig een sigaret van fijngesneden gerimpelde tabaksbladeren. Hij bracht hem naar zijn gebarsten lippen en sleepte de plakrand over zijn droge tong, plakte de sigaret dicht en streek een lucifer aan. De vlammen dansten en wierpen schaduwen op zijn doorleefde gezicht. Hij voelde de ruwe rook zijn tong beroeren. Terwijl hij diep inhaleerde, vermengde de rook van de brandende sigaret zich met de lichtstralen die aarzelend bungelden aan de veranda.
Overal in de straat stoppen ouders hun kinderen in bed en vertellen rituelen, een vertrouwd verhaal. “Maak dat je gaat slapen, want als je om middernacht nog wakker bent, dan ben je gedoemd. Die oude Pietersen begint om middernacht te tokkelen op zijn versleten en ontstemde gitaar, en als je zijn muziek hoort en ontwaakt, zal hij je wegleiden als de rattenvanger van Hamelen en zul je nooit meer thuiskomen! Zijn gitaar is doordrenkt met duistere magie, vervloekt door een oude Voodoo-tovenaar uit Haïti! Dus je kunt maar beter maken dat je gaat slapen.”
Terwijl het licht gedoofd wordt, kruipen de kinderen onder de lakens, knijpen hun ogen stevig dicht en proberen in slaap te vallen. Bang om weggevoerd te worden door de Voodoo-man!
Nynke is niet bang. Ze wordt vanavond dertien, te oud om te worden geïntimideerd door verhalen over Voodoo-mannen. Ze opende haar raam, ging op haar bed liggen en wachtte. De uren kropen langzaam voorbij, en toen hoorde ze het. Het geluid bewoog om haar heen, omhulde haar als een mysterieuze mist. Het leek op niets wat ze ooit eerder had gehoord; het sneed door de nacht als een geest. Een brok vormde zich in haar keel, een mix van lachen en huilen. Voordat ze het besefte, stond ze buiten, vergetend hoe koud het was. Nynke liep naar de veranda.
Elke noot zwevend als een emotionele golf. Elke ademhaling die hij in de snaren stuurde, sprak duizend zielen die samen zongen. Hun pijn, hun liefde, hun leven, verenigd in één trilling van zijn doorleefde hand. Zijn bewegingen hypnotiseerden haar. Het werd te veel; haar emoties raakten in overdrive. En toen stopte het. In de stilte dwong Nynke zichzelf terug naar de realiteit. Deze man was doordrenkt van magie. Het maakte haar niet uit of het zwarte magie was of Voodoo, het stroomde gewoon uit hem. Hij keek haar aan en glimlachte, een grijns zo breed als de nacht. Zijn lach groeide, het galmde door de nacht terwijl hij langzaam opstond uit zijn stoel. Hij draaide zich om, keek haar aan en sprak, zijn stem als schurend grind. “Tot morgenavond, kind.” Nynke kon geen woord uitbrengen. Pietersen verdween door de voordeur. Een gevoel van rust overspoelde haar. Ze glimlachte, lachte zelfs hardop. Ze had de magie gevonden.