6 juni 2024: 80 jaar D-Day

6 juni 2024: 80 jaar D-Day

In het gloeiende licht van de ochtend op 6 juni 1944, strekte de Normandische kust zich uit als een ongenaakbare vesting. De lucht was zwanger van spanning, de horizon broeide met belofte en dood. Vanuit een duizelingwekkende armada van schepen sprongen mannen in het koude water, hun ogen gericht op het verre strand. Onder hen was Jan-Anne Mulder, een soldaat uit het Drentse Rolde.

Jan had zich vrijwillig aangemeld bij de geallieerde strijdkrachten na de bezetting en de vernielingen in zijn geboorteplaats door de Duitse bezetting. Zijn blauwe ogen, die normaal gesproken vol leven en nieuwsgierigheid waren, stonden nu strak en vastberaden. Elk detail van deze dag, zo had hij zich gerealiseerd, zou in het geheugen van de wereld worden gegrift.

De landing was een chaos van geluid en beweging. Explosies schudden de aarde, kogels gierden als boze bijen om hem heen. Jan voelde hoe zijn uniformlaarzen in het natte zand zogen, terwijl hij zich een weg baande naar de dijk die het strand scheidde van het Franse binnenland. Zijn handen, gebruind door de zon en gehard door de training, klemden stevig om zijn geweer.

Jans gedachten dwaalden kort terug naar Rolde, naar de stille, met bomen omzoomde straten en de geur van verse melk en nieuwbakken brood. Herinneringen uit zijn kindertijd rondom de Balloërkuil, de twee Hunebedden bij de Jacobuskerk, waar hij Lammechien voor het eerst zoende, schoten in sneltreinvaart door zijn gedachten. Hij kon zich het geluid van zijn moeders stem nog herinneren, zacht en vol liefde, terwijl ze hem vertelde over moed en eer. Het was diezelfde stem die hem nu, midden in de hel van D-Day, voortdreef.

Bij een lage duin nam Jan dekking, zijn ademhaling zwaar en onregelmatig. Naast hem zag hij een jonge Britse soldaat, niet veel ouder dan hijzelf, worstelend met zijn angst. Met een kalme vastberadenheid die zijn eigen angsten onderdrukte, klopte Jan de jongeman op de schouder en knikte bemoedigend. “We vechten voor meer dan onszelf”, fluisterde hij, de woorden gingen verloren in het geweld om hen heen, maar hun essentie was duidelijk in zijn ogen te lezen.

De opmars was traag en pijnlijk. Elk gewonnen meter strand was een triomf, elk verlies een tragedie. Jan vocht met de woede van een man die alles te winnen had en niets te verliezen. Maar zelfs de dappersten zijn niet onkwetsbaar.

Een plotselinge explosie wierp hem op de grond. In het stof en het puin van de ontploffing voelde Jan een scherpe pijn in zijn zij. Hij probeerde op te staan, maar zijn benen weigerden dienst. Terwijl zijn zicht begon te vervagen, kon hij nog net het silhouet van de vijandelijke stellingen zien, als schimmen in een verdoemde droom.

Jan wist dat zijn tijd gekomen was. De wereld om hem heen vervaagde tot een stilstaande foto, een moment bevroren in de tijd. Met zijn laatste krachten trok hij een foto van zijn familie uit zijn borstzak, zijn vingers streelden het verweerde papier. Zijn gedachten gingen opnieuw naar huis, naar de velden rondom Rolde, naar zijn vader en moeder, zijn jongere broertje en naar de vele mensen van wie hij hield.


Met een laatste, diepe ademhaling liet Jan de wereld los, zijn offer een stille getuigenis van de prijs van vrijheid. De kust van Normandië was rood gekleurd, maar de geest van Jan-Anne Mulder leeft voort in de vrijheid waarvoor hij had gevochten en was gestorven.

Meer info over D-Day vind je hier! (opent in een nieuw venster)