Niemandsland in het verleden
Ik ontwaakte in een verlaten landschap in het jaar 1243. Een oude man stuurde me naar de Abdij van Villers. Onderweg viel ik in een valkuil en werd gered door een jongeman die me naar het marktplein bracht. Daar vond ik een houten bord met mijn naam en kreeg ik een leren tas. Bij de abdij aangekomen, ontdekte ik dat het een ruïne was. Verward en zonder uitweg, keerde ik terug naar de groene weiden.