Er was een tijd waarin hardlopen een belangrijk deel van mijn leven was. Trainen, wedstrijden lopen, proberen mijn grenzen te verleggen en natuurlijk altijd weer kijken of het nog iets sneller kon. Die jaren liggen inmiddels ver achter me, maar de herinneringen zijn gebleven. Net als de tijden die ik destijds liep.
Als ik mijn persoonlijke records tegenwoordig terugzie, denk ik niet alleen aan de cijfers. Ik denk vooral aan de atletiekbanen, de wedstrijden in binnen- en buitenland en de verschillende manieren waarop ik in de loop der jaren heb getraind. Het was een mooie periode waarin ik behoorlijk wat kilometers heb afgelegd, maar ook regelmatig mijn snelheid op de kortere afstanden op de proef stelde.
De meeste van mijn persoonlijke records kwamen tot stand in de periode waarin ik trainde volgens de Methode Verheul. Die manier van trainen heeft een belangrijke plaats ingenomen in mijn hardloopverleden. Toch zijn niet al mijn beste tijden op die manier ontstaan.
Mijn sprintrecords op de 100 en 200 meter stammen nog uit de tijd dat ik bij BAV in Baarn trainde, eind jaren tachtig en begin jaren negentig. Daar werden stevige tempotrainingen afgewerkt. Het waren andere trainingen dan die waarmee ik later mijn beste prestaties op de langere afstanden zou neerzetten.
Bij BAV beperkte ik me trouwens niet uitsluitend tot hardlopen. In competitieverband stootte ik soms ook kogel. Mijn beste prestatie daarbij was een schamele 11 meter en 9 centimeter. Daarnaast sprintte ik af en toe tijdens competitiewedstrijden en liep ik mee in estafettes. Ook bij instuifwedstrijden op de baan was ik regelmatig van de partij.
Wie mijn lijst met persoonlijke records bekijkt, zal misschien twee afstanden missen. Een officiële wedstrijdtijd op de 400 meter heb ik niet. Die afstand heb ik nooit in wedstrijdverband gelopen. Hetzelfde geldt voor de Engelse mijl, de bekende 1609 meter. Niet iedere afstand heeft dus een plaatsje gekregen in mijn hardloopverleden.
Opvallend is ook dat vrijwel al mijn persoonlijke records op de weg buiten Nederland tot stand zijn gekomen. Alleen mijn beste tijd op de 30 kilometer liep ik op Nederlandse bodem. Mijn records op de 10 en 15 kilometer en de halve marathon kwamen uit Duitsland. De marathon en de 10 Engelse mijl liep ik het snelst in Frankrijk. Mijn overige wegrecords werden gevestigd in Luxemburg en België.
Een bijzonder verhaal hoort bij mijn snelste 5 kilometer op de weg. Die liep ik in 14 minuten en 41 seconden, tijdens een zogenaamde tijdloop. Dat betekende dat ik de afstand tijdens een wedstrijd helemaal alleen aflegde, vergelijkbaar met een individuele tijdrit in het wielrennen.
Mijn op één na snelste 5 kilometer, gelopen in een gewone wedstrijd met andere deelnemers, was slechts drie seconden langzamer: 14 minuten en 44 seconden. Zo dicht lagen die twee prestaties bij elkaar.
Ook mijn persoonlijke records op de atletiekbaan kwamen allemaal buiten Nederland tot stand, in België, Frankrijk en Duitsland. Ik liep deze tijden als lid van de Waalse atletiekvereniging CS Dyle Genappe.
Hieronder staan mijn persoonlijke records zoals ik ze uit mijn hardloopverleden heb bewaard. Van de korte sprint tot de marathon. Stuk voor stuk prestaties die herinneren aan een tijd waarin de stopwatch een vertrouwd onderdeel van mijn sportieve leven was.
Persoonlijke records op de atletiekbaan
- 100 meter: 11,63 seconden
- 200 meter: 24,28 seconden
- 800 meter: 2:04,18
- 1000 meter: 2:38,02
- 1500 meter: 3:56,13
- 3000 meter: 8:31,02
- 5000 meter: 14:48,13
- 10.000 meter: 30:55,07
Persoonlijke records op de weg
- 5 kilometer: 14:41
- 10 kilometer: 30:29
- 15 kilometer: 47:03
- 10 Engelse mijl (16,1 km): 50:57
- 20 kilometer: 1:04:01
- Halve marathon (21,1 km): 1:07:23
- 25 kilometer: 1:23:07
- 30 kilometer: 1:41:16
- Marathon (42,195 km): 2:31:04
Als ik al die tijden nu onder elkaar zie staan, realiseer ik me hoeveel verschillende afstanden ik in die jaren heb gelopen. Van een explosieve sprint over 100 meter tot ruim 42 kilometer op de marathon. Elke afstand had zijn eigen karakter en vroeg om een andere aanpak.
De tijden zijn inmiddels oud, maar voor mij blijven ze verbonden aan de herinneringen van toen. Aan de trainingen, de wedstrijden en de mensen met wie ik mijn liefde voor de atletiek deelde.
Een stopwatch vertelt uiteindelijk alleen hoe snel je ergens over hebt gedaan. Niet hoeveel plezier je eraan hebt beleefd, hoeveel moeite je ervoor hebt gedaan of welke herinneringen eraan verbonden zijn.
En misschien is dat, zoveel jaren later, wel het mooiste van mijn hardloopverleden. De records staan nog altijd zwart op wit, maar de herinneringen erachter zijn me minstens zoveel waard.