Twinitig Euro

‘Snel, hou tegen. Zet je voet er op, snel papa’, Patrick rende achter het wegfladderende 20 euro biljet aan en in het voorbijgaan keek hij zijn vader hulpeloos aan, ‘Daar gaan mijn spaarcenten om een Paas verrassing voor mama en Pien te kopen.’ Gerard keek zijn 11 jarige zoon verbaasd aan en reageerde een beetje verwijtend, ‘Ik heb het niet uit mijn vingers laten glippen hoor.’ Een beetje beteuterd keken de twee het blauwe biljet na dat door de wind tergend langzaam verder werd opgetild en meegenomen, het riviertje over. Even leek het alsof de wind het boven het koude water los zou laten en de waterstroom voor de verdere reis van de euro’s zou zorgen maar de warme voorjaarswind pikte het met gemak weer op waaide het richting het dorp aan de andere kant van het water.

Bertus wist hoe hij hem kon vermurwen, hem zo gek kon krijgen dat hij hem zijn zin zou geven. Kees had geen cent op zak, wist hij. Hijzelf trouwens ook niet. Ze moesten scoren, aan de broodnodige drank zien te komen om hun niet aflatende dorst te lessen. Ze moesten drank hebben om hun verslaving ter wille te zijn. Gistermiddag laat nog, hadden ze aan de achterzijde van de supermarkt een kratje lege bierflesjes achterover gedrukt en brutaal aan de voorzijde omgewisseld tegen twee flessen wel heel goedkope sherry van inferieure kwaliteit. Het was beter dan niets maar nu mocht het wel wat beters zijn.

‘Mama, mama, kijk eens wat ik gevonden heb’, trots liet de 6 jarige Pien het blauwe biljet, dat ze net daarvoor zo maar uit de lucht kon plukken, aan haar moeder zien, ‘Voor mijn spaarpot hè mama?’ Janny keek vertederd naar haar dochter en gaf haar de goede raad het biljet goed vast te houden totdat ze bij de auto waren. Glunderend liep Pien met het biljet geklemd in haar knuisten achter haar moeder aan. Ter hoogte van bakkerij de Groot bleef ze even staan en rende toen enthousiast naar de etalage om met haar neus plat tegen de ruit de vele chocolade Paaseieren te bewonderen. Janny kwam naast haar staan. ‘Zullen we zo’n grote voor papa kopen?’, ze keek haar moeder met haar blauwe ogen aan en deze knikte. ‘Dat is goed Pien, jij bent nu zelf toch rijk genoeg om een ei voor papa te kopen.’ Pien opende haar hand met het blauwe biljet om daarna met trots de winkel in te lopen toen de wind het weer te pakken kreeg en het hoog opblies om vervolgens de drukke winkelstraat in te waaien. Pien keek het na met beginnende tranen in haar ogen en haar mondhoeken zakten langzaam naar de huilstand. Nog voordat ze het op een blèren kon zetten kwam Janny al met het verlossend, ‘Niet getreurd schatje, kom maar mee de winkel in, dan kopen we een heleboel chocolade eieren voor papa en voor Patrick. Is dat goed?’ Met een opgeklaard gezicht stapte Pien voor haar moeder uit de bakkerij in.

Bertus had ondertussen zijn alcoholisch verslaafde medestander zo gek gekregen dat ze met bedelen zouden proberen wat geld voor een blik bier bijeen te sprokkelen. Hun ongewassen handen ophoudend probeerden ze het winkelend publiek over te halen om hen wat centen te geven. ‘Een grijpstuiver om iets fatsoenlijks te eten te kopen mevrouw.’, Bertus hield zijn smerig eeltige hand ter hoogte van de eerste de beste die de bakkerij uit kwam. Janny liep met opgeheven neus langs de beide onfris riekende mannen. Pien, zoals altijd vrijgevig, stopte in het voorbijgaan snel een chocolade paasei in de handen van de naar zurig zweet stinkende heren. ‘Alsjeblieft’, voegde ze er aan toe, ‘Vrolijk Pasen’. Bertus en Kees keken elkaar met stomheid geslagen aan. ‘Niet doen Pien’, zei Janny bestraffend, ‘Zo blijven ze denken dat ze er niet voor hoeven te werken.’ Beledigd bleven de mannen achter. ‘Dan maar het grovere werk.’, zei Bertus boos en bracht de, in zijn warme hand smeltende chocolade paasei naar zijn mond.

Aan het eind van de winkelstraat dwarrelde het blauwe biljet laag over de stoeptegels voort. Pats. Met een ferme stap zette Hendrika haar schoen op het biljet en raapte het steunend en kreunend op. Het was waar, 20 euro, niet te geloven. Wat een mazzel. Vanochtend had ze nog in haar portemonnee gekeken en gezien dat er weinig over was van haar wekelijkse zakgeld. Ze kreeg van haar bewindvoerder niet meer de 45 euro per week om in haar levensonderhoud te voorzien. Persoonlijk failliet en gesaneerd of zoiets had ze, nu een jaar geleden alweer, begrepen. Tegen het zonlicht houdend controleerde ze toch nog even of het geluk dat haar toe waaide niet vals zou blijken te zijn. Ze bedacht zich dat ze vanavond wel weer een heerlijke gehaktbal op tafel zou kunnen zetten, en morgen …. Voordat ze er erg in had rook ze een vieze zweterige lichaamsgeur en op hetzelfde moment werd het biljet uit haar handen gegrist. Verdwaasd bleef ze staan kijken naar een chocoladeveeg op haar hand waar ze net nog de oplossing voor een paar dagen iets extra’s te eten had gehad. In een volgend ogenblik werd ze bijna omver gereden door een agent op een mountainbike die het vergrijp had zien gebeuren en de achtervolging inzette op de brutale straatrovers.

De brug was niet ver weg. De paaltjes aan het begin en einde en het wandelend publiek op de smalle brug waren in het voordeel van de vluchtende drinkbroeders. Ze waren snel de brug over. ‘Gooi dat geld weg Bertus’, schreeuwde Kees, ‘Als hij ons te pakken krijgt zal hij eerst moeten bewijzen dat wij het hebben.’ Hijgend en met tegenzin gaf Bertus gehoor aan Kees en wierp het als prop verfrommeld biljet over een heg, een tuin in. De wind probeerde er weer vat op te krijgen maar kon niet meer doen dan het voort laten rollen tot voor de voeten van Gerard die zich net bukte om een paasei achter de tuinkabouter te verstoppen. Verbaasd raapte deze het 20 euro biljet op en riep lachend richting het huis, ‘Patrick, kom eens …..’


Geef dit verhaal een waardering door met je muis over bovenstaande stippen te gaan en op het symbool met de door jou gegunde punten te klikken.


Ik maak gebruik van cookies zodat ik jou een optimale website kan leveren. Verder lezen!