Mijn nieuwe woonst

Denk je in, in je verbeelding, je trekt een diagonale lijn, een weg van west naar noord, van linksonder naar rechtsboven. Of andersom, dat mag ook. Doe het uit de losse pols, ruwweg, het hoeft niet precies en ook niet kaarsrecht. Een flauwe bocht hier en daar mag best. Ergens aan deze weg zet je een kerk, een oude, een witte met klein torentje. Eentje met fundamenten en bestaand deel nog uit de 15e eeuw, doe maar 1427. Plaats de kerk aan de linkerzijde van de net getrokken weg als je vanuit het westen komt. Rondom, in het frisgroen en pas gemaaide gras mag je enkele oude graven situeren, wees gerust, daar waar de dood nog steeds ligt rouwt men allang niet meer. Als de dood langskomt laat je ze 500 meter verderop gaan, even buiten het dorp met uitzicht op water en weiland. Daar, waar toen men jong was en in kindertijd speelde, ravotte en een eerste kus ontving. Daar laat je jouw dorpsgenoten van toen en nu rusten voor de rest der tijd …

Op de toren van deze witte kerk plaats je een vis als windvaan en aan de andere zijde van het schip een vissersboot met zeil zodat je kan memoreren aan het feit dat het dorp dat je bouwt in vroeger tijd een vissersdorp moet zijn geweest.

In je verbeelding plaats je nog geen huizen, dat komt straks, eerst een rivier. Aan de denkbeeldige noordzijde kronkel je een hoofdzakelijke noordwest lopend vliet, een rivier of waterloop in een getijdengebied. Ooit een open verbinding met de zee. Laat de rivier met een halve cirkel om je dorp heen stromen. Westelijk van de net geplaatste kerk tak je de rivier af in meest zuidelijke richting. Een beheers-diep, vergeet een klein haventje niet. Verder zuidelijk, ver weg van de dorpskern trek je een strakke dikke streep, dat is de spoorlijn.

De enkele straten mag je kriskras inplannen, liefst onlogisch en niet meer dan acht, lang en kort, recht en bochtig. De straatnamen heb ik al voor je opgeschreven. Je krijgt een Oude Dijk, iets met Haring maar ook een Bartoles, iets wat een leger-menigte betekent en een Balk, de Stationsweg heel toepasselijk, want het onderwerp is niet meer, het station is weg. De trein dendert daar, aan het eind van deze lange weg van west naar oost en weer terug de plek voorbij waar eens het witte gebouw stond, zonder stoppen. Ook een molen aan het eind van de gelijknamige weg hoef je niet te plaatsen, want weg. Verder heb je een straat verwijzend naar een oud-inwoner en toen nog wolkammer, Eise Eisinga. De sier en een stukje geschiedenis met deze amateurastronoom en vroegere inwoner moet je delen met Franeker.

Heb je de straten klaar? Goed gedaan, een echt kom-dorp. Dan ga je nu als een slim Monopolyspeler de huizen en gebouwen plaatsen. Je mag aan dezelfde weg als de eerste en weer aan de linkerzijde nog een kerk plaatsen, in een voormalig schoolgebouw graag. Tussen de kerken en daar voorbij maar ook aan de overzijde plaats je enkele oude boerenwoningen, een oude smidse, een voormalig kruidenier en nog wat oude middenstand en bedrijvigheid welke omgetoverd zijn tot mooie hedendaagse woningen. Op de andere oever van het beheers-diep, over de brug en links en rechts van de weg, mag je twee 19e -eeuwse rentenierswoningen plaatsen. In de andere straten zie ik je graag een enkel oud vissershuisje tussen statige huizen neerzetten, in de straat genaamd naar de amateurastronoom ook graag een monument, 1806 is een mooi jaar en maak er maar een boerderij met dwars voorhuis van. Vergeet de andere woningen niet!

Verder mag er een schooltje komen, zonder leerlingen jammer genoeg. Een dorpshuis en natuurlijk, nieuwbouw is er ook, geen hoogbouw. Er is nog plaats voor een voormalig koetshuis waar je een B&B van mag maken en tegenover de witte oude kerk mag de Auberge, een hotel-restaurant, zo kunnen wij ook eten en slapen, dankjewel.

Heb je al een brug aan de noordzijde over de rivier gelegd? Mooi, heb je meteen de provinciegrens gemarkeerd.
In het denkbeeldig buitengebied van het dorp komt nog een molen, ergens aan de oude dijk. Deze maalt het overtollige water voor je in de rivier. Zo hou je in deze polder droge voeten.
Nu kun je de inwoners inkleuren. Namen van inwoners kan ik je niet geven, wel die van een inwoner die dagelijks de weg aftuurt naar een geïnteresseerde in zijn verhalen over oude tractoren. Een vriendelijke inwoonster die iedere voorbijganger, bekend of vreemd, begroet met een vriendelijke glimlach en gemeend goedendag. Of de twee stuurse wandelaars die dagelijks voorbij stiefelen, de timmerman, de ijzerwerker, kantoorklerk, scholiere, tuinman, kunstenaar, student.

Wil je een verdere hint? In het dorp huist zeker weten ook een socialist, een communist, een atheïst, vrijgezellen van beider kunnen, een aanhanger van het spaghettimonster compleet met vergiet op het hoofd en zelfs een feminist, of misschien wel twee. Een voetbalvereniging is er niet, wel een toneel-, een oranje- en ijsvereniging. Volleybal speelt men er op een zelf aangelegd “beach”, klaverjassen, vissen, gym voor de jong gebleven ouderen, verzin het maar. Je mag veel activiteit plannen.

Ik denk dat je nu wel klaar bent? Wat denk jezelf? Kom even met me mee, de rivier over. Laten we het door jou gecreëerde dorp vanaf de overkant gaan bekijken, op de andere oever van de rivier. Kijk en sluit nu je ogen en zie een mooi dorpje in de zomer, de zon naast de kerktoren, hoge bomen en rood "gepande" daken tussen het groen. Zelfs op een grijze regenachtige dag voel je de rust over je heen komen als een warme deken. Hoe zou het er uitzien, straks in de sneeuw? Ik vermoed dat het uitziet als een dorp uit een ander leven, lang geleden. In de vroege avond, lichtjes aan. Rustiek en knus, als in een prent van Anton Pieck. Zie je het voor je?

Welkom in mijn dorp, niet ver van hier.


Geef dit verhaal een waardering door met je muis over bovenstaande stippen te gaan en op het symbool met de door jou gegunde punten te klikken.


Ik maak gebruik van cookies zodat ik jou een optimale website kan leveren. Verder lezen!