l’Origine du Monde

Gewoon weer een schrijfoefening om wat afwisseling te hebben tijdens het schrijven van iets groters. Er zijn van die momenten dat je gewoon even wat op papier wilt zetten. Aan een stuk door, zonder stoppen. Let dus maar niet op taal- en stijlfouten. Het verhaal is verzonnen, het schilderij l’Origine du Monde van Gustave Courbet niet, zoek dat maar op via Google of zo. In "levende lijve" is het indrukwekkender en voor de tijd waarin het geschilderd en getoond werd schokkend genoeg. Mocht je ooit eens in de buurt zijn, het blijft trouwens gewoon hangen waar het nu tentoongesteld wordt, en waar dat is staat hieronder in het schrijfsel, dit ter info.


Hmmm, die Gustave Courbet kon er als schilder wel wat van. In gedachten probeerde Guus de kroezende haartjes op de vulva van het naakt aan de muur te tellen. Hij stapte dichterbij om in de nuances van kleur de scheiding tussen de haren waar te nemen. Hoe fijn ze ook neer gepenseeld waren, het lukte hem niet verder te komen dan een paar krulletjes bovenin. Ach, meer heeft een vrouw er tegenwoordig ook niet meer op zitten, meestal kaal, hooguit een landingsstrip of in sommige gevallen een klein plukje bovenop, om de schijn van behaard hoog te houden. Heel iets anders dan Joanna. Guus schudde zijn hoofd, deed een stap achteruit en ging op de bank recht tegenover het schilderij zitten. ‘Niet meer aan haar denken, wis die gedachten uit’, mompelde hij in zichzelf. Nog een paar dagen en dan zou het schilderij waar hij zo is van gaan houden voor een lange tijd in bruikleen gaan naar het Louvre. Glimlachend bedacht hij hoeveel mensen hier in het Musée d’Orsay op zoek gaan naar het schilderij en denken bij het vallen van de naam Louvre gewoon even bij de buren aan de Rue de Rivoli te kunnen gaan neuzen, kijken of het daar niet hangt. Helaas, het Louvre in Abu Dhabi is de gelukkige plaats waar deze harige snoes voor onbepaalde tijd tentoongesteld wordt. Te ver weg voor hem om het zo nu en dan eens te bekijken. De herinnering levend te houden.

Drie maanden geleden had hij haar hier ontmoet, hier op de bank tegenover deze verbeelding van artistiek bloot. Joanna was haar naam. Hij proefde haar naam nog eens toen hij deze zacht voor zich uit mompelde. Een mooi egaal gezicht omringd met lang krullend haar, zo donker als de nacht. Haar ogen, groen als smaragd. En een lijf om bij weg te zwijmelen. En dan dat haar, het schaamhaar, waardoor het op het schilderij bijna echt was gaan lijken. Zij sprak hem aan met de vraag of hij het schilderij provocerend en revolutionair voor die tijd vond of gewoon geobsedeerd was in het vleselijke, in wat het voorstelde. Heel plat had ze met haar, naar een Iers accent nijgende nasale stem onthuld dat ze het maar gewoon een kut vond. Schuchter vertelde hij dat hij ook schilderde maar niet is staat was een kunstwerk als dit te vervaardigen. Vrolijk maar doodserieus had zij hem toevertrouwd dat hij met haar als muze minstens een gelijkwaardig doek kon vervaardigen. Huur mij maar in, had ze er beslist aan toegevoegd. Lachend hebben ze toen besloten de kunst even te laten voor wat het was en in restaurant Les Climats, vlak achter het museum samen iets te gaan drinken.

Beteuterd keek Guus naar de punt van zijn pas gepoetste bruin lederen schoenen, nu had hij toch weer de gedachte aan haar toegestaan. Hij moest haar echt vergeten, dit ging zo niet langer. Hij bukte zich om zijn schoenveter opnieuw te strikken. Achter zich hoorde hij een zacht geschuifel en draaide zich langzaam om.

Joanna stond al een tijdje te kijken vanuit de hoek van de zaal. Met haar ravenzwarte haar in een hoge paardenstaart achter op het hoofd, haar strakke spijkerbroek en slobberende zwarte trui dacht ze niet op te vallen maar er was al een suppoost haar richting op gewandeld. Voordat deze zijn mond kon opendoen met een vraag of opmerking of hij haar van dienst kon zijn had ze hem met glinsterend gifgroene ogen aangekeken en met een handgebaar het zwijgen opgelegd. Alsof hij door zijn moeder gestraft werd keek de suppoost haar met een pruillip aan en droop daarna zichtbaar gepikeerd en beteuterd af.

Ze wist dat ze hem hier kon vinden, haar schilder, haar mecenas voor het komende decennium. Daar zat hij op een bankje, starend in het smalle niets tussen de labia op het doek voor hem. OK, het was niet de geslaagde artiest die ze gehoopt had hier aan te treffen maar aan zijn handen kon ze de eerste keer al zien dat hij artistiek en zachtaardig was, vriendelijk en voorkomend ook. En aan zijn kleding en verdere smaak te zien bemiddeld of misschien wel vorstelijk gefortuneerd. Na hun eerste ontmoeting, nu drie maanden geleden heeft ze elke dag aan hem gedacht. Ondanks het leeftijdsverschil zag ze een toekomst met deze man wel zitten. Hoe oud was hij ook alweer? 55 had hij gezegd, 24 jaar ouder slechts. Het had haar vader kunnen zijn, inclusief de rimpeltjes en het dunne grijzende haar op zijn schedel. Zijn leeftijd, daar had ze die nacht in dat hotel niets van gemerkt. Een jonge erotische god leek het die haar lichaam bespeelde als een muziekinstrument, eerst amoroso en haar later met veel gemendo in adagio espirando naar het hoogtepunt bracht. Keer op keer. En haar zo, vele malen in even zovele hemels bracht, inclusief de overbekende zevende. Maar kijk hem daar nu zitten, te neergeslagen, verslagen. Zou hij haar ook gemist hebben, naar haar verlangd hebben?

Na de champagne in Les Climats had zij hem voorgesteld alvast een schets van haar te maken en met een zwaai de papieren placemats van tafel gegrist en in haar tas gestopt. De achterzijde was blanco. Een smoes van geen materiaal kon hij nu niet mee aankomen, een donker make-up potlood had ze altijd al bij zich. Vervolgens pakte ze hem doodleuk bij de hand en nam hem mee naar haar hotelkamer op loopafstand van het restaurant. Hij sputterde niet tegen. Nadat zij zich op haar kamer had uitgekleed en wijdbeens in een pose op het bed was gaan liggen had hij verbaasd gereageerd en stotterend de vergelijking gemaakt met het schilderij. Sprekend, had hij uitgeroepen.

Hij had zich omgedraaid op het bankje en Joanna keek hem recht in de ogen. ‘Ik heb je gemist Gustaaf’, ze noemde zijn voornaam voluit, liefdevol en teder reikte ze haar hand naar hem uit, ‘Kom je mee, ik kan niet wachten op het moment dat je mijn “oorsprong van de wereld” vereeuwigd’.


Geef dit verhaal een waardering door met je muis over bovenstaande stippen te gaan en op het symbool met de door jou gegunde punten te klikken.


Ik maak gebruik van cookies zodat ik jou een optimale website kan leveren. Verder lezen!