Citroën door de jaren heen

Jans Dinsdag, 26. Januari 2021 door Jans

De geschiedenis van Citroën

door de jaren heen ...

André Citroën komt met zijn eerste auto op de markt: het Type A wordt Europa’s eerste productiemodel, maar bovendien de eerste auto met het stuur aan de linkerzijde. Voordat het echter zover was had Citroën al de nodige andere dingen gedaan. 

Hij maakte fietsen en tijdens de Eerste Wereldoorlog – vanaf 1916 – maakte hij munitie. Als de oorlog in 1918 geëindigd is, vat Citroën het plan op om auto’s te gaan maken. De Torpedo, het Type A, is al snel een succes, want een jaarproductie van tienduizend stuks is tenslotte een prachtig begin voor een kakelverse automobielfabrikant.

Al tijdens de Eerste Wereldoorlog gaat Citroën enkele keren naar Amerika en ontmoet daar Henry Ford. De in 1878 in Parijs geboren André Citroën weet wat hij wil: auto’s bouwen. En zo start in 1919 op de Quai de Javel Citroën zijn inmiddels fameuze autofabriek.

  • 1920

    André Citroën heeft gevoel voor reclame maken. Hij weet zich keer op keer verzekerd van veel aandacht en dat is goed voor de verkoop van de automobielen die gesierd zijn met de “double chevron”. Dit herkenningsteken dateert al uit de tijd dat Citroën tandwielen vervaardigt. De tandwielen draaien als een V in elkaar en vormen zo het logo dat tot op de dag van vandaag elk Citroën automobiel siert.

    De jaarproductie van 1919 (2810 auto’s) wordt in 1920 natuurlijk ruimschoots overschreden. Er worden 12.444 Citroëns gefabriceerd, allemaal varianten van het Type A en voorzien van een viercilinder motor met een inhoud van 1327 cc.

    Het Type A zal zeer succesvol zijn. Tot eind 1921 worden er 24.093 stuks van gebouwd. 

  • 1921

    Vooruitstrevend als altijd start Citroën met een verhuurorganisatie, de eerste in Frankrijk. Er worden 10.933 automobielen geproduceerd en de zaken gaan dus goed.

    Ook lokt het buitenland. Citroën begint met het opzetten van een buitenlands netwerk. Alle exportmarkten worden in kaart gebracht en van de bijna 11.000 geproduceerde auto’s gaan er al drieduizend de grens over.

    In juni vervangt de B2 het Type A, voorzien van een 1452 cc motor en een versnellingsbak die drie keer vooruit kan worden geschakeld. De B2 heeft een vermogen van 20 PK en een topsnelheid van 72 kilometer per uur. Het brandstofverbruik is bescheiden, zo’n acht liter per honderd verreden kilometers.

  • 1922

    De Normande is afgeleid van de Citroën B2. Het is een bedrijfswagen waarmee Citroën de basis legt voor een lange historie in de markt van het beroepsvervoer. De B2 wordt enorm populair en als bakkersauto is de wagen op menige foto te bewonderen.

    Auto’s kunnen bij Citroën op afbetaling worden gekocht. Er zijn betalingsregelingen waarbij de aankoop in 12 of 18 maanden afbetaald kan worden. De consument maakt er gretig gebruik van en de soepele betalingen vergroten de populariteit van Citroën en van de auto in het algemeen.

    Als de zevende Autosalon in Parijs wordt geopend, wordt de naam Citroën door een vliegtuig in de lucht geschreven. De zaken gaan goeden Citroën produceert 21.025 auto’s.

  • 1923

    Citroën produceert inmiddels 300 auto’s per dag en dat is een stevig aantal in een tijd dat de lopende band nog geen gemeengoed is. 1923 is ook het jaar van het Klaverblaadje, de Citroën die door iedereen gekocht moet kunnen worden. De auto oogt eenvoudig, maar uiterst sympathiek. Frankrijk is gecharmeerd van het model!!

    In december 1922 start een expeditie door de Sahara, die in februari wordt afgerond. Citroën schrijft er historie mee.

    Commercieel is het voor de consument interessant dat Citroën de prijzen voor onderhoud en reparaties vaststelt. Ze worden voortaan uniform gehanteerd en de kopers van een Citroën weten dus voortaan waar zij aan toe zijn. En kopers zijn er genoeg: in 1923 32.678!! Vooral de Torpédo B2 is populair. Citroën produceert dit model tot 1933 in een oplage van meer dan twee miljoen.

  • 1924

    Citroën krijgt een eigen vertegenwoordiging in Nederland op het Stadionplein te Amsterdam en is inmiddels in bijna alle Europese landen vertegenwoordigd. Er worden 17.000 automobielen geëxporteerd.

    Citroën wordt groter en de Société Anonyme Citroën Automobiles wordt opgericht met een kapitaal van honderd miljoen Franse Francs. De jaarproductie schiet omhoog. Citroën scoort niet minder dan 55.327 auto’s.

    De B10 is een nieuw model, gebaseerd en met het chassis van de B2, De carrosserie is nu helemaal van staal. Er wordt geen hout meer gebruikten vanaf de B10 komt er dan ook helemaal geen hout meer aan te pas. De motor is nog steeds de anderhalve liter 20 PK motor. Citroën produceert tussen oktober 1924 en december 1925 17.259 stuks van de B10.

  • 1925

    Voor het eerst schijnen de 250.000 lampen op de Eiffeltoren in Parijs die samen de naam Citroën vormen. De lampen zijn verbonden door 600 kilometer elektriciteitskabel. Citroën is dan ook al een gevestigde naam. In 1919 waren er 200 verkooppunten, in 1925 is dat aantal uitgegroeid tot 5000. 

    De tweede expeditie door de Sahara die in oktober 1924 startte wordt in juli succesvol afgerond, een reis van 20.000 kilometer. De B12 wordt de eerste Citroën met remmen op vier wielen. Auto’s moeten veiliger worden en betere remmen zijn daarbij van onmisbaar belang. 

    Ook de B12 is weer voorzien van de 1452 cc motor, die zijn vermogen van 20 PK afgeeft bij een rustig toerental van 2100 omwentelingen. In oktober wordt de 5CV geïntroduceerd. 

  • 1926

    De nieuwe Citroën B14 wordt in Grenelle gemaakt (in het vijftiende arrondissement van Parijs). Voortaan worden ook automobielen in België (Brussel) en Engeland (Slough) gemaakt. De totale jaarproductie is 50.854 automobielen.

     De B14 krijgt een viercilinder motor met een inhoud van 1539 cc. Het vermogen is 22 PK bij 2300 toeren per minuut. De topsnelheid van de B14 is 80 kilometer per uur. De wagen heeft drie versnellingen en verbruikt gemiddeld 8,5 liter brandstof per 100 kilometer. 

    De B15 wordt de eerste Citroën met een volledig gesloten cabine. De wagen wordt in september geïntroduceerd en heeft de techniek van de B14. De B15 zal tot augustus 1928 in productie blijven. Er worden er 12.566 van gebouwd. In Frankrijk rijden in 1926 600.000 auto’s, waarvan er 175.000 zijn voorzien van het beeldmerk van Citroën. 

  • 1927

    Bij de verschillende Citroën-fabrieken werken inmiddels ruim 31.000 mensen. André Citroën is trots op zijn bedrijf en nodigt het publiek uit om overal te gaan kijken. Hij wil de kwaliteit van zijn auto’s laten zien. Tijdens de Franse Autosalon kan iedereen bij Citroën terecht en het merk wordt populairder dan ooit. Het gevoel voor publiciteit legt Citroën geen windeieren.

    De B14F vervangt de B14. De motor is gewijzigd en de wagen loopt soepeler. Tussen september 1926 en december 1927 worden er 60.526 auto’s van het Type B14 en B14F gebouwd.

    Al op de Autosalon introduceert Citroën alvast de B14G, waarvan er 59.391 stuks zullen worden gebouwd. De wagen is ook leverbaar als cabriolet. Een speciale uitvoering van de B14G heet B18 en wordt in een oplage van 5707 exemplaren aan de man gebracht.

  • 1928

    Met meer dan 30.000 werknemers is Citroën in staat om duizend automobielen per dag te bouwen. Citroën heeft inmiddels vier fabrieken in het buitenland. Exporteren wordt steeds belangrijker. Van alle Franse auto’s die naar het buitenland gaan, is 45 procent van Citroën afkomstig.

     De C4 vervangt de B14. Het is een moderne auto met weer een wat grotere motor. Deze keer heeft Citroën gekozen voor een viercilinder krachtbron met een inhoud van 1628 cc. De motor levert 30 PK vermogen bij 3000 toeren per minuut. De C4 heeft een drie-versnellingsbak, de topsnelheid is 90 kilometer per uur. 

    De C4 wordt geleverd met verschillende carrosserieën, w.o. een zes-persoons-uitvoering. Tussen september 1928 en december 1930 worden er 139.835 C4’s gebouwd. 

  • 1929

    In 1929 produceert Citroën 102.891 automobielen en André Citroën zet de deuren van zijn fabriek aan de Quai de Javel weer wagenwijd open om het publiek een blik te gunnen tijdens de fabricage van de automobielen.

    De C6 verschijnt in april, heeft een motorinhoud van 2442 cc en 42 PK vermogen. De snelheid komt daarmee boven de 100 kilometer per uur. Om precies te zijn: 105 km/u. Natuurlijk zijn er weer verschillende carrosserieën te koop. Tussen april en december worden er 5090 automobielen van het type C6 verkocht.

    In september komt de C6F erbij met dezelfde motor, maar iets meer vermogen: 45 PK. De wagen zal tot juli 1931 in productie blijven en er worden er 37.119 geproduceerd.

  • 1930

    Ook in Noorwegen wordt Citroën actief. In Oslo wordt een vestiging geopend. De C4 Commerciale is een bedrijfswagen waarmee je tot 500 kilogram vracht mee kunt nemen. De C4F neemt het roer over na de autotentoonstelling in Parijs. De wagen is voorzien van een gemoderniseerde 1628 cc motor, waarbij de carburateur is vernieuwd en bovendien een nieuwe drie-versnellingsbak is gemonteerd.

    Tussen september 1930 en juli 1931 worden er 47.576 exemplaren van de C4F gebouwd. Ook als het om meer vracht gaat, heeft Citroën een antwoord. De C61 is een vrachtwagen die tot 2200 kilogram bagage kan vervoeren.

    De jaarproductie van Citroën loopt ondanks alles terug naar 77.788 personen- en bedrijfsautomobielen.

  • 1931

    Haardt-Audouin Dubreuil richten het vizier na de Sahara-avonturen op China en rijden een spectaculair 12.000 kilometer traject van Beiroet naar Peking. Het Himalaya-gebergte, de Gobi-woestijn en China zijn de sleutelwoorden tijdens deze historische missie die in 1932 wordt afgerond.

    Intussen zakt de productie van Citroën naar een bedenkelijk niveau. Er worden in 1931 68.437 auto’s geproduceerd. Wel wordt er een klein feestje georganiseerd, want André Citroën buit nu eenmaal elke gelegenheid uit als het om publiciteit gaat.

    De aanleiding is het 15-jarig bestaan van Citroën. De autoproductie was weliswaar pas in 1919 begonnen, in 1916 startte Citroën met de productie van granaten. Niet iedereen is echter even blij, want er hangen donkere wolken boven Citroën.

  • 1932

    Een historisch jaar, want de Rosalie komt op de markt, maar het is ook het jaar van de 8 CV, een niet al te grote Citroën waarmee de fabrikant hoopt te scoren. De Rosalie wordt snel populair en tussen oktober 1932 en januari 1935 worden er 38.835 exemplaren van gebouwd.

    Met Citroën gaat het aanzienlijk minder goed en in 1932 worden er dan ook “slechts” 41.348 automobielen gebouwd. In Amsterdam wordt vergeefs geprobeerd de productie van de C6 vrachtwagen op poten te zetten. Overigens loopt het met de verkoop van Citroën bedrijfswagens in Nederland zeker niet slecht. Ook taxi-bedrijven rijden met Citroën.

    Aan het einde van het jaar komt Citroën met nieuwe modellen: de 10 CV gaat in oktober in productie en in dezelfde maand start ook de fabricage van de 15 CV.

  • 1933

    Het gaat gelukkig wel goed met de bedrijfswagens van Citroën. Het aandeel van de Franse fabrikant is inmiddels veertig procent. In het diepste geheim werkt Flaminio Bertone aan de koets van een nieuwe Citroën, een auto die in 1934 zal worden geïntroduceerd en die nieuwe spectaculaire successen moet brengen.

    Maar de wereldwijde economische crisis heeft ook Citroën in een moordende greep. De Franse auto-industrie heeft het zwaar te verduren. André Lévèbvre werkt intussen aan de techniek van de nieuwe Citroën die het concern moet redden. De wagen zal worden voorzien van voorwielaandrijving, omdat de ingenieur dit niet alleen als de meest logisch aandrijving ziet, maar dit ook beslist de aandrijving van de toekomst zal worden. André Citroën maakt er geen punt van, hij is er van overtuigd dat met de nieuwe Citroën het tij zal keren. De jaarproductie is weer wat hoger: 70.012 automobielen.

  • 1934

    André Citroën aanschouwt de komst van de Traction Avant, een auto die een revolutie in autoland teweeg zal brengen. Er worden er 300 per dag geproduceerd in de gemoderniseerde fabriek aan de Quai de Javel. De fabriek is in de rouw, maar alle ogen worden gericht op het nieuwe model, waarvan de eerste exemplaren in april in het straatbeeld verschijnen.

    In mei 1934 arriveert de Traction Avant in Nederland, het laatste type zal 23 jaar later worden verkocht. De zegetocht van deze revolutionaire Citroën kan beginnen.

     André Citroën heeft zijn pijlen nu gericht op een zgn. automatische koppeling. De ontwikkeling kost vermogens en dat in een tijd dat de fabrikant toch al op moet passen. Citroën gaat op 21 december failliet en wordt opgekocht door bandenfabrikant Michelin. Er worden ondanks alles 51.546 automobielen geproduceerd. 

  • 1935

    In 1934 wordt André Citroën ziek. Het gaat nog steeds slecht met Citroën, de economische crisis eist slachtoffers en in Duitsland bereidt Hitler zich voor op de Tweede Wereldoorlog. De jaarproductie van Citroën zakt dramatisch ineen tot een totaal van 29.101 eenheden.

    André Citroën overlijdt op 3 juli op 57-jarige leeftijd. Zijn leven is kort maar intens geweest. Zijn naam blijft echter onlosmakelijk verbonden aan de vele modellen die na zijn dood het levenslicht zien. Auto’s ontworpen in de geest van André Citroën, de man die eigenlijk elk idee goed vond, als het maar revolutionair was. Als die ideeën dan commercieel kunnen worden uitgebuit, zijn er mogelijkheden, maar tijdens een economische wereldcrisis kan geen enkele fabrikant zich ook maar iets permitteren. Het kost André Citroën zijn bedrijf en wellicht heeft het zijn leven gekost.

  • LATER MEER ...

    Terugkomen dus

Ik gebruik cookies om mijn website te optimaliseren en jou de best mogelijke online ervaring te bieden. Door op "Alles toestaan" te klikken ga je hiermee akkoord. Meer informatie en de mogelijkheid om individuele cookies toe te staan ​​vind je op mijn Privacyverklaring. Wil je jouw voorkeuren zelf instellen? Ga dan naar mijn Cookie-voorkeur-pagina.